Android 17 krijgt geheugenlimieten per app. Gaat een app over zijn budget heen, dan comprimeert het systeem eerst een deel van het geheugen, en helpt dat niet, dan wordt de app afgesloten. De functie begon op Pixel-toestellen en rolt volgens Google het komende jaar uit naar toestellen van meer fabrikanten, van 4GB tot ruim boven de 16GB werkgeheugen.
Dat klinkt als een technische opruimactie. In het bericht van Google staat echter één zin die verklapt waar dit werkelijk over gaat.
Google zegt het zelf, en dat is opvallend
In de aankondiging schrijft Google dat nieuwe toestellen hun hoeveelheid fysiek geheugen gelijk houden of zelfs verlagen, als reactie op de gestegen geheugenprijzen.
Dat is geen analistenschatting en geen gerucht. Het is de maker van het besturingssysteem die vaststelt dat telefoons minder werkgeheugen krijgen omdat dat geheugen te duur is geworden, en die daar zijn software op aanpast.
Daarmee is dit geen prestatiefunctie maar een kostenmaatregel, alleen niet aan de kant waar je hem zou zoeken. De besparing zit bij de fabrikant in de inkoop, en het probleem wordt doorgeschoven naar het besturingssysteem en naar de app-ontwikkelaars.
Wat er precies gebeurt als een app te ver gaat
Het systeem grijpt in twee stappen in. Eerst wordt een deel van het geheugen van de app gecomprimeerd, wat zRAM heet: de gegevens blijven beschikbaar maar nemen minder ruimte in.
Google is daar eerlijk over in zijn eigen documentatie: dat veroorzaakt merkbare haperingen en een tragere ervaring. Dat is ook logisch, want comprimeren en weer uitpakken kost rekenkracht, en rekenkracht kost stroom.
Helpt dat niet en blijft de app geheugen opeisen, dan wordt hij afgesloten. In de foutmelding die ontwikkelaars te zien krijgen staat dan MemoryLimiter:AnonSwap. Voor jou als gebruiker ziet dat er gewoon uit als een app die zomaar dichtklapt.
Minder geheugen is niet gratis, je betaalt in accuduur
Hier zit de rekensom die in de berichtgeving ontbreekt. Werkgeheugen vervangen door compressie is geen tovertruc maar een ruil.
Wat je aan geheugenchips bespaart, betaal je in processorwerk. Elke keer dat een app zijn gecomprimeerde gegevens weer nodig heeft, moet de processor die uitpakken, en dat gebeurt bij normaal gebruik vele malen per minuut. Bij een telefoon komt dat uit de accu.
Een toestel met 6GB en agressieve compressie voelt dus niet hetzelfde als een toestel met 8GB, ook niet als beide op papier dezelfde apps draaien. Het verschil merk je aan het eind van de dag en bij het wisselen tussen apps, en dat is precies wat je in een winkel niet test.
Google duwt tegelijk de andere kant op
En dan de tegenstrijdigheid die dit hele verhaal interessant maakt. Terwijl Google software bouwt zodat Android op 4GB nog draait, stelt het voor zijn nieuwe AI-laag een ondergrens van 12GB werkgeheugen.
Die eis is zo hoog dat toestellen van vorig jaar erbuiten vallen, waaronder Googles eigen Pixel 9-serie en de Galaxy Z Fold 7. Alleen modellen uit 2026 halen hem.
Binnen hetzelfde besturingssysteem, in hetzelfde jaar, zit dus een verschil van een factor drie tussen wat er minimaal werkt en wat er nodig is voor de functies waar Google zijn toekomst op bouwt. Taalmodellen die lokaal draaien zijn nu eenmaal het meest geheugenhongerige dat een telefoon doet, en dat botst frontaal met een markt waarin geheugen wordt weggesneden.
Wie hier last van gaat krijgen
Voor de meeste apps verandert er niets, en dat is ook het doel. Een chat-app of een nieuwslezer komt nergens in de buurt van zo’n limiet.
Het knelt bij apps die het geheugen echt nodig hebben: fotobewerking, camera-apps die meerdere opnamen tegelijk verwerken, emulators, zware games en juist die lokale AI-toepassingen. Die kunnen straks trager worden of onaangekondigd afgesloten worden, en de gebruiker ziet dat als een slechte app.
Google geeft ontwikkelaars nieuwe gereedschappen om geheugenproblemen op te sporen, en dat is een redelijke aanpak. Maar het legt de rekening wel bij de partij die er niets aan kan doen dat er minder geheugen in het toestel zit.
Waar die geheugenprijzen vandaan komen
Achter dit alles zit een markt die volledig uit het lood is geslagen. De prijzen van DRAM zijn in vier jaar met ongeveer 700% gestegen, en drie bedrijven beheersen zo’n 90% van die markt.
Sinds 25 juni loopt er in de Verenigde Staten een collectieve rechtszaak tegen Samsung, SK Hynix en Micron. De aanklacht luidt dat de gezamenlijke overstap naar AI-geheugen als dekmantel diende om de productie van gewoon geheugen terug te schroeven. Die beschuldiging is niet bewezen en de bedrijven hebben nog niet gereageerd; een vergelijkbare zaak uit 2018 werd in 2020 verworpen, waarna de rechter in 2022 oordeelde dat het gedrag eerder door normale marktwerking te verklaren was.
Wat er ook uit die zaak komt, de gevolgen zijn er nu al. Samsung rekent zelf op een tekort tot zeker in 2028, en fabrikanten verhogen hun prijzen of snijden in de specificaties.
Werkgeheugen is nu het getal om op te letten
Voor wie binnenkort een telefoon koopt, verandert dit de aankoopvolgorde. Werkgeheugen is jarenlang een saaie regel op het specificatieblad geweest omdat er toch wel genoeg in zat.
Dat is nu niet meer zo. Het is het onderdeel dat als eerste wordt weggesneden om onder een prijsgrens te blijven, het staat vaak niet prominent op de doos, en je kunt het bij geen enkele telefoon achteraf bijkopen.
Wil je een toestel dat over vier jaar nog prettig werkt, kijk dan minder naar de camera en meer naar dit ene getal. Acht gigabyte is op dit moment de praktische ondergrens, en wil je de nieuwe AI-functies van Google draaien, dan staat de lat op twaalf.