Het geheugentekort wordt volgend jaar erger in plaats van beter. Dat zei Jaejune Kim, executive vice president geheugen bij Samsung, bij de bespreking van de kwartaalcijfers. De hele sector investeert in nieuwe fabrieken, maar het duurt minstens drie jaar voordat zo’n fabriek staat en produceert. Pas in 2028 komt er dus wezenlijk meer geheugen bij.
Ondertussen kunnen de fabrikanten dit jaar al niet aan de vraag voldoen. Wat in 2026 niet geleverd wordt, schuift door naar 2027, waardoor het tekort daar bovenop komt. Kim houdt het erop dat de schaarste zeker tot in 2028 aanhoudt en zegt over de jaren daarna simpelweg nog geen beeld te hebben.
Alle winst komt inmiddels uit chips
Hoeveel Samsung aan die situatie verdient, blijkt uit de eigen cijfers. De omzet kwam uit op 171,5 biljoen won, omgerekend ongeveer 104 miljard euro, met een operationele winst van 89,5 biljoen won of zo’n 54 miljard euro. Allebei records.
Het opvallendste zit in de verdeling. Van die operationele winst kwam 89,2 biljoen won uit de chipdivisie. Met andere woorden: vrijwel de volledige winst van Samsung komt uit chips, en de telefoons, televisies en huishoudelijke apparaten samen dragen daar nauwelijks nog aan bij. Het bedrijf dat jouw telefoon maakt, verdient ook haar geld aan het onderdeel dat die telefoon duur maakt. En omdat het bedrijf uit business units bestaan die allemaal verantwoordelijk zijn voor hun eigen winsten, zal de chipdivisie niet snel overwegen om de TV en Mobile divisies van gunstige inkooptarieven te voorzien, want dan zouden de managers van de chipdivisie zichzelf in de vingers snijden. Samsung kan dus wel goedkoper, maar de interne bedrijfspolitiek maakt dit in de praktijk onmogelijk.
Wat dit betekent voor de rest van de markt
Deze uitspraken zetten een tijdlijn onder wat in de cijfers van chipontwerper Arm zichtbaar werd. Arm boekte een recordkwartaal dankzij datacenters, maar verlaagde tegelijk de verwachting voor de inkomsten uit smartphones, omdat telefoons door de dure onderdelen minder goed verkopen. Uit de woorden van Samsung volgt dat dit geen kwestie is van één tegenvallend kwartaal, maar van een periode die nog jaren duurt.
Er zit wel een verschil tussen de voorspellingen. Onderzoeksbureau Omdia ging er eerder van uit dat de geheugenprijzen zich binnen één tot twee jaar zouden stabiliseren, waarna goedkope telefoons weer mogelijk worden. Samsung zegt nu dat het volgend jaar juist erger wordt. Houd daarbij in gedachten dat Samsung als leverancier belang heeft bij een verhaal over blijvende schaarste, terwijl een analistenbureau dat belang niet heeft. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden.
AI-bedrijven kopen de capaciteit vooruit
Een belangrijk detail is dat AI-bedrijven en serverbouwers steeds vaker meerjarige contracten willen, zodat ze zeker zijn van levering. Voor Samsung is dat prettig, want daarmee wordt de omzet voorspelbaarder in een sector die berucht is om zijn schommelingen.
Voor iedereen die geen datacenter bouwt, betekent het iets anders: die capaciteit is vooraf vergeven. Nothing-topman Carl Pei vertelde eerder al dat telefoonmakers niet meer kunnen bestellen wat ze nodig hebben en dat de beschikbare voorraad via quota wordt verdeeld.
Die concurrentie om dezelfde chips speelt niet alleen bij telefoons. Ook auto’s vragen steeds meer rekenkracht en geheugen voor camera- en rijhulpsystemen. Dat het Nederlandse NXP volgens de Financial Times naar een overname van beeldchipontwerper Ambarella kijkt, past in datzelfde plaatje: wie in deze markt afhankelijk is van andermans onderdelen, probeert die kennis liever in huis te halen.
Waar je dit zelf gaat merken
Geheugen zit niet alleen in telefoons. Ook laptops, spelcomputers, ssd’s en geheugenkaarten worden erdoor geraakt, en dat zie je nu al in de winkel: een microSD Express-kaart van 256GB voor de Switch 2 kost bij Coolblue 83 euro en is daar op het moment van schrijven uitverkocht.
Praktisch gezien betekent dit dat wachten op een prijsdaling voorlopig weinig zin heeft. Heb je opslag of geheugen nodig, koop het dan wanneer je het tegenkomt in plaats van te wachten op een actie. En kijk bij een nieuw apparaat kritisch naar de opslagvariant die je kiest, want juist daar rekenen fabrikanten de gestegen kosten het hardst door.