Sega’s arcadeklassieker Golden Axe wordt een animatieserie. Alle tien afleveringen verschijnen op 16 september tegelijk op Paramount+. De animatie is van Titmouse en de serie is bedacht door Mike McMahan, bekend van Star Trek: Lower Decks en Solar Opposites, samen met Joe Chandler, die ook showrunner is.
Het oorspronkelijke drietal komt weer bij elkaar om Death Adder te verslaan, met een nieuw personage erbij: Hampton Squib, een beginnend avonturier wiens ambities zijn kunnen ruim overtreffen. Matthew Rhys spreekt de dwerg Gilius Thunderhead in, Danny Pudi speelt Hampton, Lisa Gilroy is Tyris Flare, Liam McIntyre is Ax Battler en Carl Tart speelt Chronos Lait.
Dit wordt een komedie en dat is de logische keuze
McMahan maakte zijn naam met series die het brongenre liefdevol op de hak nemen zonder het te verraden. Dat is precies wat Golden Axe nodig heeft, want er valt aan de oorspronkelijke game weinig verhaal te verraden.
Het spel bestaat uit drie helden, een schurk die de gouden bijl heeft gestolen, en verder vooral uit van links naar rechts lopen en op mensen slaan. Wie een serieuze bewerking probeert, moet dus zelf een verhaal verzinnen en heeft daarna alsnog niets aan de herkenbaarheid. Wie er een komedie van maakt, kan juist alles gebruiken.
Opvallend is verder dat alle tien afleveringen tegelijk verschijnen. Dat is de streamingkeuze die uit de mode was geraakt, en het zegt iets over hoe Paramount deze serie ziet: niet als iets waar je wekenlang over praat, maar als iets dat je in een middag wegkijkt.
Waarom je dit spel destijds op je pc speelde
Golden Axe kwam in 1989 in de arcadehal op Sega’s eigen System 16B-hardware, en verscheen daarna op vrijwel alles wat een stroomsnoer had. Mega Drive, Master System, de PC Engine van concurrent NEC, en in november 1990 in Europa op Amiga, Atari ST, Commodore 64, Amstrad CPC, ZX Spectrum en de IBM-pc.
Dat lijkt vreemd voor een bedrijf dat op dat moment een consoleoorlog aan het voeren was, maar het is goed te verklaren.
Sega verdiende in de arcadehal geld met het verkopen van kasten aan speelhaleigenaren, niet met het beschermen van exclusiviteit. Een arcadehit was daarna iets dat je zo breed mogelijk uitventte, en de gebruikelijke route was licenties per regio aan uitgevers die daar de markt kenden.
In Europa was die uitgever Virgin Mastertronic, en daar zit de verrassing. Datzelfde Mastertronic was namelijk ook de distributeur van Sega’s consoles in het Verenigd Koninkrijk en wordt gezien als het bedrijf dat Sega in Europa heeft geïntroduceerd. Sega kocht die tak in 1991 en bouwde er zijn eigen Europese organisatie mee op.
Toen jij Golden Axe op je pc speelde, kocht je dus geen versie van een concurrent. Je kocht een versie van wat feitelijk Sega’s eigen Europese arm was, uitgebracht op de computers die Europeanen daadwerkelijk in huis hadden.
Exclusiviteit betekende toen iets anders
Dat is het punt dat we nu snel vergeten. Exclusiviteit ging in 1990 over Sega tegen Nintendo, en over niets anders.
Een Amiga of een Atari ST was geen concurrent van de Mega Drive maar een ander soort apparaat, in een ander schap, voor een deels ander publiek. Een spel daarop uitbrengen kostte Sega geen consoleverkoop en leverde wel licentiegeld op. Zelfs de PC Engine van NEC kreeg een versie, uitgebracht door Telenet.
Die logica keerde later helemaal om. Toen Sega in 2001 stopte met het maken van consoles, werd het een uitgever als alle andere, en sindsdien verschijnt Golden Axe gewoon op PlayStation, Xbox en Nintendo. Het spel is in zijn hele bestaan nooit ergens exclusief geweest, en dat is bij een reeks van bijna veertig jaar oud eerder regel dan uitzondering.
Hoe groot dit spel werkelijk was
Voor wie zich afvraagt waarom hier nu een serie van komt: Golden Axe was geen cultspel maar een regelrechte kassakraker.
In Japan eindigde het als achttiende best verdienende arcadespel van 1989. In de Verenigde Staten was het in januari 1990 het best verdienende arcadespel van die maand. Dat betekent dat er in die periode meer kwartjes in Golden Axe gingen dan in welk ander spel dan ook.
Die generatie is nu tussen de vijfenveertig en zestig, en dat is precies de leeftijdsgroep waar streamingdiensten hun abonnementsgeld vandaan halen.
Paramount en Sega werkten al samen
Dat deze serie juist bij Paramount landt, is geen toeval. Paramount bracht ook de Sonic-films uit, waarvan wij de eerste destijds bespraken, en die reeks werd tegen alle verwachtingen in een van de succesvolste gameverfilmingen ooit.
Bij Golden Axe zit onder meer Original Film in de productie, het bedrijf dat ook achter de Sonic-films zat, en er zitten bestuurders van Sega als uitvoerend producent bij. Dit is dus geen losse licentiedeal maar de voortzetting van een samenwerking die al loopt.
Voor Sega is dat een bewuste koers. Het bedrijf heeft een catalogus vol namen uit de jaren tachtig en negentig waar nauwelijks nog games mee worden gemaakt, en een verfilming of serie is de goedkoopste manier om zo’n naam weer waarde te geven.
Juist een spel zonder verhaal leent zich hiervoor
Er zit een aardige omkering in dit soort bewerkingen. Games met een uitgewerkt verhaal en een grote gemeenschap eromheen zijn juist het moeilijkst om te zetten, want elke afwijking valt op en wordt afgestraft.
Golden Axe heeft dat probleem niet. Er zijn drie herkenbare helden, een schurk, een bijl en verder niets. Alles wat de makers verzinnen is per definitie nieuw, en er is nauwelijks iemand die kan zeggen dat het niet klopt.
Of het wat wordt, hangt daarmee volledig af van de schrijvers en niet van de trouw aan het origineel. Op 16 september weet je het, en dan in één keer.