Nvidia heeft op de IFA bekendgemaakt dat de eerste laptops en compacte desktops met zijn RTX Spark N1X-chip vanaf oktober in de winkel liggen. Er komen twee uitvoeringen. De snelste heeft een Blackwell-videochip met 6.144 CUDA-cores, een processor van MediaTek met twintig Arm-kernen en 24 tot 128 GB gedeeld werkgeheugen, en komt in laptops én desktops. De tragere heeft 5.120 CUDA-cores, achttien kernen en 24 of 32 GB, en zit alleen in laptops. Nieuw op de beurs zijn de Acer SFF RTX Spark-mini-pc en de Lenovo Yoga 9n 2-in-1 Gen 11. Prijzen zijn er niet en de beschikbaarheid verschilt per regio.
Beide chips heten precies hetzelfde
Lees die twee regels nog eens en je ziet het probleem. De snelle en de trage uitvoering dragen allebei de naam Nvidia RTX Spark N1X, zonder toevoeging waarmee je ze uit elkaar houdt.
Het verschil is niet klein. Het gaat om twintig procent meer rekeneenheden in de videochip, twee processorkernen extra en, veel belangrijker, een geheugenplafond van 128 GB tegenover 32 GB. Dat is een factor vier op precies het cijfer dat bij dit soort machines de doorslag geeft.
Daar komt bij dat MediaTek eerder aan Tweakers bevestigde dat er ook nog tragere varianten met tien en twaalf kernen bestaan. Nvidia zegt daar op de IFA niets over, dus die naam kan uiteindelijk vier verschillende chips dekken. Wij schreven eerder een analyse over waarom een chipnaam steeds minder zegt, en dit is er weer een voorbeeld van.
Er zit geen x86 in, en dat bepaalt bijna alles
Wat in de meeste berichten wegvalt, is de architectuur. De processor in deze chip is een Arm-ontwerp en geen x86 zoals in vrijwel elke Windows-laptop. Wij schreven in juni al dat Nvidia daarmee de processormarkt in stapt.
Praktisch betekent dat je Windows on Arm draait. Vrijwel alle Windows-software is voor x86 gemaakt en loopt daar via een vertaallaag van Microsoft die Prism heet. Dat werkt, maar het kost prestaties, en hoeveel precies hangt van het programma af.
Tot nu toe stond daar een harde muur voor games
Bij spellen liep dat verhaal jarenlang vast op één punt, en dat is nu juist wat er verandert. Anticheatsoftware als Easy Anti-Cheat, BattlEye en beveiligingssoftware als Denuvo werken diep in het besturingssysteem, op kernelniveau.
Een vertaallaag geeft daar geen toegang toe. Het gevolg was dat een spel als Fortnite of Valorant op een Arm-laptop simpelweg weigerde te starten, hoe krachtig de videochip ook was. Voor competitief spelen was Windows on Arm daarmee onbruikbaar.
Nvidia zegt nu alle grote makers van anticheat- en beveiligingssoftware aan boord te hebben, met onder meer Fortnite, Valorant en Rocket League. Op de gamescom sloten EA, Embark en Ubisoft zich daarbij aan. De constructie is dat het spel zelf vertaald blijft draaien, terwijl de anticheatsoftware er als echte Arm-software naast staat en dus wél bij het systeem kan.
Dat is een grotere doorbraak dan het aantal cores
Als dat in de praktijk standhoudt, is dit het belangrijkste dat Nvidia deze week heeft gemeld. Niet omdat het spectaculair klinkt, maar omdat het de reden wegneemt waarom Windows op Arm tot nu toe voor een groot deel van de kopers geen optie was.
Wel is het goed om de verwachtingen te temperen tot er getest is. Een vertaald spel met daarbovenop anticheat- en beveiligingssoftware stapelt drie lagen op elkaar, en wat dat aan beelden per seconde kost, heeft nog niemand gemeten.
Het belangrijkste getal ontbreekt
Bij de belofte dat je hier lokaal AI-modellen op draait, mis je precies het cijfer waarmee je dat kunt beoordelen. Nvidia noemt de soort geheugenchips, LPDDR5X, en de capaciteit, maar niet de bandbreedte.
Juist die bandbreedte bepaalt hoe snel een taalmodel antwoordt. Ter vergelijking: de GB10 in Nvidia’s eigen DGX Spark komt op ongeveer 273 GB/s en een Apple M4 Max op zo’n 546 GB/s. Zonder dat getal is de AI-claim van deze chip niet te plaatsen, en het is de eerste vraag die we bij een test stellen.
En 24 GB gedeeld is minder dan 24 GB
Nvidia zegt dat ook het instapmodel met 24 GB geschikt is voor AI-modellen op je laptop, en daar hoort een kanttekening bij. Het gaat om gedeeld geheugen: dezelfde 24 GB bedient zowel de processor als de videochip.
Windows en je gewone programma’s nemen daar een flink deel van. Wat er voor een model overblijft, ligt dus duidelijk onder die 24 GB, en dat scheelt bij het laden van een groter model het verschil tussen wel en niet passen. Niet toevallig werkt Microsoft aan een instelling in Windows 11 om dat geheugen vast te leggen, juist voor dit soort machines.
Wat je controleert voordat je bestelt
Zodra deze toestellen in oktober verschijnen, komt het op drie dingen aan, en de modelnaam is er geen van. Kijk naar het aantal CUDA-cores, want dat onderscheidt de twee uitvoeringen. Kijk naar de hoeveelheid werkgeheugen, want 32 GB en 128 GB zijn twee verschillende apparaten. En kijk of de spellen die jij speelt op de lijst met ondersteunde anticheatsoftware staan of naar jouw voorkeuren voor lokaal AI gebruik en toekomstbestendigheid van jouw aankoop.
Prijzen zijn er nog niet en Nvidia houdt een slag om de arm over welke landen wanneer aan de beurt zijn. Zodra de eerste modellen hier op de plank liggen, laten we het weten.


