Ookla, het bedrijf achter Speedtest.net, heeft in kaart gebracht wat er gebeurt zodra je in het buitenland een reis-eSIM activeert. Ruim vijftig merken blijken te leunen op een handvol groothandelsnetwerken, en de keuzes die daar worden gemaakt bepalen jouw verbinding meer dan het netwerk waarop je telefoon staat ingelogd.
De scherpste illustratie komt uit Japan. Op hetzelfde netwerk van dezelfde operator mat Ookla een mediane reactietijd van 54 milliseconden wanneer het verkeer daar het internet op ging, tegen 543 milliseconden wanneer het eerst via Madrid werd geleid. Zelfde antenne, zelfde telefoon, tien keer zo traag. In de slechtste combinaties van merk en bestemming liep dat op tot dertig keer de reactietijd van een gewone lokale gebruiker.
Waar dat verschil vandaan komt
Een reis-eSIM geeft je toegang tot een lokaal netwerk, maar bepaalt zelf waar je verkeer het internet op gaat. Bij de meeste aanbieders gebeurt dat niet ter plaatse maar in het thuisland van de groothandelspartij.
Sta je in Tokio met een eSIM waarvan de kern in Madrid staat, dan reist elk verzoek dat je doet eerst naar Spanje en weer terug. Dat is een omweg van tienduizenden kilometers die je in downloadsnelheid nauwelijks terugziet, maar in reactietijd des te meer. Ookla ziet die opzet bij aanbieders die alles door één knooppunt sturen, met Madrid, Londen, Wenen, Amsterdam en Warschau als terugkerende adressen.
Aanbieders die het verkeer wel ter plaatse het internet op laten gaan, presteren volgens het onderzoek op elke maat voor responsiviteit zichtbaar beter. Alleen komt die opzet nog weinig voor, en geen enkele aanbieder zet het op de verkooppagina.
KPN zit hier middenin
Voor Nederlandse lezers zit er een verrassing in de lijst. Ookla noemt twaalf partijen die het merendeel van deze markt bedienen, en KPN is er daar één van. De rest bestaat uit Hutchison in Oostenrijk en Hongkong, China Mobile Hongkong, Orange, Singtel, Telna, Webbing, Transatel, Proximus, BICS, het Poolse Plus en het Britse Sky.
Dat betekent dat een Nederlands telecombedrijf stilletjes een deel van de wereldwijde reis-eSIM-markt draagt. Koop je in Bangkok of Buenos Aires een pakketje van een merk waar je nog nooit van hebt gehoord, dan is de kans reëel dat je verkeer via Nederlandse infrastructuur loopt.
Reactietijd is niet hetzelfde als snelheid
De cijfers gaan over latentie en niet over megabits, en dat verschil is precies waar de meeste kopers op het verkeerde been worden gezet.
Voor het downloaden van een serie of het uploaden van vakantiefoto’s maakt een halve seconde vertraging weinig uit; het duurt hooguit een fractie langer om te beginnen. Waar je het wél merkt is bij alles wat heen en weer gaat: videobellen waarbij je door elkaar heen praat, een kaart die bij elke veeg opnieuw moet inladen, een betaalapp die op bevestiging wacht, en de tweestapsverificatie waar je bij het inchecken op staat te wachten. Bij 500 milliseconden gaat een gesprek merkbaar stotteren.
Let dus niet op de snelheid in de advertentie. Ookla zag bovendien duidelijke plafonds: betaalde pakketten clusteren rond de 6 Mbit/s en gratis aanbiedingen rond 0,2 Mbit/s. Onbeperkt betekent bij dit soort diensten vrijwel altijd geknepen.
Binnen Europa heb je dit hele product niet nodig
Hier zit het advies dat het meeste geld scheelt en dat in een wereldwijd rapport niet naar voren komt.
Binnen de Europese Unie geldt roam like at home: je Nederlandse bundel werkt tegen je gewone tarief. Dat geldt in alle 27 EU-landen plus IJsland, Noorwegen en Liechtenstein, en sinds 1 januari van dit jaar ook in Oekraïne en Moldavië. Een reis-eSIM kopen voor een vakantie in Spanje, Italië of Kroatië is dus betalen voor iets wat je al hebt, met bovendien het risico dat je verkeer een omweg maakt die je eigen provider niet zou nemen.
Twee kanttekeningen. Heb je een onbeperkte of zeer ruime bundel, dan mag je provider een redelijk-gebruiklimiet stellen voor roaming; daarboven betaal je bij, met een prijsplafond dat volgend jaar naar één euro per gigabyte zakt. En bij vijftig euro aan extra kosten wordt je verbinding automatisch afgeknepen tenzij je zelf doorgaat, wat een nuttige rem is die veel mensen niet kennen.
Het Verenigd Koninkrijk valt er sinds de brexit buiten. Daar en verder weg, in de Verenigde Staten, Japan, Thailand of Turkije, is een reis-eSIM wél vrijwel altijd voordeliger dan roamen op je eigen abonnement.
Waar je dan op moet letten
Het ongemakkelijke van dit onderzoek is dat de informatie die je nodig hebt niet op de verkooppagina staat. Welk netwerk je krijgt en waar je verkeer eruit komt, ontdek je pas na aanschaf.
Twee dingen die wel helpen. Zoek in de voorwaarden naar de term local breakout of naar de belofte van een lokaal ip-adres; aanbieders die dat hebben, noemen het meestal wel ergens. En doe direct na aankomst een snelheidsmeting waarin je naar de ping kijkt in plaats van naar de download. Zit je boven de tweehonderd milliseconde, dan loopt je verkeer vrijwel zeker om, en dan is het de moeite waard om binnen de bedenktijd nog een ander pakket te proberen.
Wie dit onderzoek betaalt, en waarom dat uitmaakt
Tot slot iets over de bron. Ookla meet met data uit zijn eigen Speedtest-app, en die metingen komen van mensen die zelf besluiten een test te doen. Dat gebeurt vaker als iets opvalt dan wanneer alles gewoon werkt, dus dit is geen aselecte steekproef.
Daar komt bij dat Ookla netwerkinformatie verkoopt aan telecombedrijven, en dat dit rapport in de sector wordt gepresenteerd als een kans voor operators om zelf roaming terug te veroveren. Dat maakt de cijfers niet onjuist, en de gemeten verschillen zijn te groot om aan meetruis toe te schrijven. Maar het verklaart wel waarom dit onderzoek juist nu verschijnt en waarom de conclusie zo gunstig uitvalt voor partijen die het verkeer liever zelf afhandelen.
Voor jou blijft de praktische kern overeind: net als bij veel reistechniek zit het echte verschil niet in wat er wordt geadverteerd, maar in een detail dat niemand je uit zichzelf vertelt.