Smartphonemaker Nothing zou zich voorbereiden op een terugtrekking uit ruim twaalf markten, waaronder Japan, het Midden-Oosten en delen van Europa. Dat meldde het Indiase Digit op basis van eigen bronnen. Nothing spreekt het gerucht inmiddels stellig tegen: medeoprichter Akis Evangelidis noemt de berichten op X “fake news” en zegt dat het bedrijf “geen enkele markt sluit”. Houd er dus rekening mee dat het om een onbevestigd gerucht gaat, met een officiële ontkenning ertegenover.
Helemaal uit de lucht komt het verhaal niet. Volgens Digit vallen de verkopen buiten India tegen; van de Phone 4b waarover we in juni schreven zouden sinds de lancering wereldwijd zo’n 20.000 exemplaren zijn verkocht. Ook de gestegen geheugenprijzen zouden nieuwe toestellen moeilijker rendabel maken. En Nothing ontkent niet álles: het bedrijf bevestigt een reorganisatie waarbij landenkantoren worden samengevoegd tot regionale hubs en er banen verdwijnen. Geen gesloten markten dus, maar wel minder lokale aanwezigheid; wat dat betekent voor bijvoorbeeld service en releases in Nederland, zegt Nothing er niet bij.
De schaduw van OnePlus
Dat dit gerucht zo gretig werd geloofd, heeft alles te maken met de voorgeschiedenis van oprichter Carl Pei. Die richtte Nothing in 2021 op na zijn vertrek bij OnePlus, en juist dat merk maakte eerder deze maand bekend te stoppen in Europa en de VS. Twee merken uit dezelfde stal, allebei geliefd bij techliefhebbers maar worstelend met marktaandeel: de parallel dringt zich op.
Voor wie nu een Nothing-toestel overweegt of bezit: de Europese garantie van 2 jaar staat los van waar het merk kantoren heeft, en Nothing belooft met de reorganisatie juist “de volgende groeifase” voor te bereiden. Maar de vraag die het gerucht oproept, blijft ook na de ontkenning relevant: hoe lang blijft een klein merk investeren in markten waar het nauwelijks verkoopt? Het antwoord van OnePlus kennen we inmiddels.