De mensen achter het merk in Europa kennende, willen ze dit zelf echt niet. Maar toch zit het avontuur van OnePlus erop. Het merk begon ooit onder CEO Carl Pei als prijsvechter. Vlaggenschip hardware tegen midrange prijzen. Maar het merk werd ook precies die partij die het zelf van origine niet wilde zijn. Dure vlaggenschepen. Matige midranges en alles om de kosten te snijden en daarmee de marge per verkoop zo hoog mogelijk te houden. De community van fans werd een klantengroep om op te marketen. De alertslider die het merk definieerde, werd zelfs vervangen voor een goedkoper actieknopje.
Bij lancering in 2010 deed het merk alles goed. Het bedacht een sterke eerste smartphone. Had de productie goed op orde en werkte met een invite model om maar te zorgen dat productie de populariteit bij kon benen. Bovendien had OnePlus vanaf het begin een belangrijke partner; Oppo.

Oppo was net als Vivo één van de topmerken van BKK Electronics. Een grote fabrikant van smartphones in China. Via Oppo als investeerder kon OnePlus niet alleen werkkapitaal aantrekken, maar ook productiecapaciteit. Het kon gezamenlijk inkopen zo de prijzen enorm omlaag brengen.
Opvallend was dat OnePlus al snel haar telefoons bundelde met JBL headsets. Dat audiomerk was toen nog niet van Samsung. Het was een slimme zet. Oppo was ook van oorsprong een fantastisch audiomerk. Echter redelijk onbekend bij het mainstream publiek. De headset van JBL kwam met een rode kabel en daar ontstond dan ook al de aanzet tot de Red Cable Club. De community van OnePlus klanten en liefhebbers.
Ook koos OnePlus al snel voor een andere schil rondom Android. Het koos het open source CyanogenMod als basis. Snel, veilig en veel oog voor privacy. Na een geschil, ging het uiteindelijk verder met een fork. Dit bracht echter veel meer kosten met zich mee dan meeliften op open source. Later werd dan ook besloten dat Oppo en OnePlus de twee systemen zouden samenvoegen. Qua functionaliteit zouden de verschillen tussen de merken voelbaar blijven. Net als de vorm van de app tegels. Maar dat is niet lang volgehouden. En ook daarna was het lastig voor OnePlus om alle beloften rondom updates altijd waar te maken. Echter is daar inmiddels wetgeving voor. En daarmee ook een kostenlast voor de organisatie. In China, waar het actief blijft, is die verplichting er nog niet.

Waar OnePlus ooit het idee had om zo nu en dan een krachtig stuk hardware neer te zetten, ging het merk differentiëren. Er kwamen eigen headsets. Hele goede. Er kwamen meer telefoonvariaties in de vlaggenschip series. En er kwam een Nord lijn. Eerst voor het middensegment. Later voor iedereen die nog iets geld in de zak had. Het OnePlus schap verloor haar niche en wilde voor iedereen iets kunnen aanbieden. Bovendien ging OnePlus niet meer alleen met haar klant dealen. Er kwamen distributeurs en verkooppunten. En iedereen wilde marge. Het klassieke verkoopkanaal deed haar intrede en daarmee de klassieke kosten waarmee productie bezwaard moest worden.
Wat OnePlus ook durfde, was schakelen met merken. Het was de eerste die DYNAUDIO als merk op haar hoofdtelefoons plakte en Hasselblad op haar smartphonecamera’s. Die merken gingen ook allemaal over naar Oppo. OnePlus ging ook samenwerkingen aan met merken als Taito voor Pac-Man en Disney voor onder anderen Star Wars. Daar heeft Oppo nooit veel mee gedaan.

Als techjournalist heb ik altijd een wisselende samenwerking met OnePlus gehad. Barslecht georganiseerde perstrips werden goed gemaakt met een sterke persoonlijke relatie en open communicatie. Waar het PR bureau zuinig genoeg was om zelfs een tikkie te sturen voor een gezamenlijke maaltijd op een perstrip, zorgde het merk zelf er voor dat het perfect benaderbaar bleef en niet blind voor wat er fout ging in PR. Het waren de mensen achter het merk, in ieder geval voor de Benelux, die mij motiveerde om het merk te blijven onderzoeken en met plezier content te blijven schrijven.
RIP team OnePlus. Het was een rollercoaster, een hele leuke!