In de database van Geekbench staan de eerste grafische testresultaten van Apples M6-chip. De M6 komt in de Metal-test uit op 93.217 punten, tegen een gemiddelde van 69.563 voor de M5, een verschil van 34%. Ter vergelijking: de M4 uit 2024 staat in diezelfde lijst op 51.818. Eerder verschenen al processorresultaten, met 4.071 punten voor één kern en 22.783 voor alle kernen samen, waarmee de M6 op het meerkernige cijfer in de buurt van de M3 Max komt. De chip zit in de nieuwe Mac mini, die vandaag over twee dagen in de winkel ligt.
Twee van de twaalf kernen zijn de verklaring
Het getal van 34% is echt, en het is nuttig om te weten waar het vandaan komt. Apple geeft de M6 een grafische chip met twaalf kernen, terwijl de M5 er tien had.
Dat alleen al is 20% meer rekeneenheden. Deel de winst van 34% door die 20% en je houdt ongeveer 12% over aan verbetering per kern. Dat is een nette generatiestap en geen doorbraak; het grootste deel van de winst komt doordat er simpelweg meer van hetzelfde in zit. Voor een koper maakt die herkomst niet uit, want het resultaat is hetzelfde, maar het verklaart wel waarom deze sprong groter oogt dan wat Apple de afgelopen jaren per generatie liet zien. Het geheugen helpt daarbij mee: de M6 haalt tot 170 gigabyte per seconde aan bandbreedte, en bij grafische taken is dat vaak de beperkende factor.
Dit zijn geen lekken van een onbekende chip
De cijfers worden gepresenteerd als uitgelekte informatie, en dat is niet helemaal wat het is. Apple kondigde de M6 op 25 augustus zelf aan, opende diezelfde dag de voorverkoop van de nieuwe Mac mini en levert die vanaf dinsdag 22 september.
Wat er in de database van Geekbench opduikt, zijn dus vroege resultaten van een product dat al officieel is en waarvan de specificaties bekend zijn. Dat maakt ze betrouwbaarder dan een echt lek van een onaangekondigde chip, want er valt niets meer te verzinnen over kernaantallen. Het maakt ze niet betrouwbaar als prestatiemeting, want Geekbench-resultaten uit de database komen van willekeurige machines onder onbekende omstandigheden. Wij schreven eerder over de aankondiging van deze Macs.
De vergelijking met een RTX 2060 zegt niets
Naast de Metal-score circuleert een OpenCL-cijfer van ongeveer 58.000 punten, met de conclusie dat de M6 daarmee net bijblijft bij een acht jaar oude GeForce RTX 2060 Max-Q. Die vergelijking moet je naast je neerleggen.
Apple verklaarde OpenCL in juni 2018 verouderd met de introductie van macOS Mojave en zette in op zijn eigen Metal. Sindsdien is er acht jaar lang niets meer aan geoptimaliseerd op dit platform. Een OpenCL-score op een Mac meet dus vooral hoe slecht een verlaten programmeerlaag draait, en niet hoe snel de chip is. Het bronartikel benoemt die beperking overigens zelf, en dat is netjes; het is alleen een reden om het cijfer helemaal niet te gebruiken in plaats van het met een waarschuwing te tonen.
Wat een Metal-score wel en niet meet
De Metal-score is bruikbaarder, maar heeft zijn eigen grenzen. Metal is de grafische programmeerlaag van Apple zelf en bestaat alleen op Apple-apparaten, dus een vergelijking met een kaart van Nvidia of AMD is er niet uit te halen.
Wat zo’n test doet, is rekenwerk op de grafische chip uitvoeren: beeldbewerking, ruisonderdrukking, natuurkundige berekeningen. Dat zegt iets over videobewerking en over taken die op de grafische chip draaien, en aanzienlijk minder over spellen, waar ook geheugenbeheer, stuurprogramma’s en de vertaling van Windows-code meespelen. Wie deze Mac mini voor spellen overweegt, heeft dus meer aan een test met echte titels dan aan dit getal.
De spreiding in de cijfers is zelf een waarschuwing
Bij de processorresultaten valt iets op wat je bij dit soort vroege cijfers vaker ziet. Er dook een resultaat op met 4.071 punten voor één kern en een ander met 4.600 punten.
Dat is een verschil van 13% tussen twee metingen van dezelfde chip. Zo’n spreiding ontstaat door achtergrondprocessen, door de temperatuur van de machine en doordat een Mac mini zijn snelheid terugschroeft als hij warm wordt. Het bronartikel merkt zelf op dat er bij de test waarschijnlijk werd afgeknepen. Neem een enkel resultaat uit die database dus niet als de prestatie van de chip, maar wacht op tests waarbij iemand de omstandigheden controleert.
Wat de Mac mini hier kost
Voor een Nederlandse koper is de prijs het cijfer dat telt, en daar valt de vergelijking minder vrolijk uit. De Mac mini met M6 begint in de Verenigde Staten op $899 exclusief lokale verkoopbelasting.
Tegen de referentiekoers van de Europese Centrale Bank van 15 september, 1,1539 dollar per euro, komt dat met 21% btw erbij uit op ongeveer €943. Apple vraagt hier €1.069, dus ruim €125 meer dan de omrekening. Daar komt bij dat de Mac mini in twee jaar tijd fors duurder is geworden: het M4-model kwam in 2024 uit op €719. Dat is een stijging van bijna 50%, en de belangrijkste oorzaak is dezelfde die dit jaar bij laptops, mini-pc’s en spelcomputers terugkomt: geheugen is de duurste post op vrijwel elk apparaat geworden. Wij schreven daar eerder over toen Apple zelf aangaf dat zijn prijzen door de geheugenprijzen omhooggaan.
Waar je op moet letten bij deze cijfers
Kijk bij grafische testresultaten altijd eerst naar het aantal kernen voordat je naar het percentage kijkt, want een chip met 20% meer kernen die 34% sneller is, verbetert per kern maar 12%. Dat is het getal dat iets zegt over de techniek.
Laat daarnaast OpenCL-cijfers op een Mac buiten beschouwing, en let er bij een aankoopbeslissing op dat de M6 met twaalf grafische kernen een andere klasse is dan de M5 Pro met zestien of twintig. En bedenk dat het startmodel van de Mac mini 16 GB geheugen en 256 GB opslag heeft, allebei gesoldeerd: bij dit apparaat kies je die twee één keer en daarna niet meer.
Apple M6 kopen
Vergelijk de actuele prijs bij onze partners:
Dit zijn affiliatelinks. Koop je iets via zo'n link, dan ontvangt GadgetGear een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.


