Op whitehouse.gov/arcade staan sinds kort vijf browserspellen. Ze heten Flappy Bill, Build the Wall, Rio Run, Supply Line en Trump Savings Tycoon, en de site belooft dat er meer volgt. Bij de spellen staan geen makers vermeld, geen datum en geen enkele juridische aantekening. Wat er wél opvalt, is dat elk spel sterk lijkt op een bestaand spel dat iemand anders heeft bedacht, en dat is de reden dat de spelindustrie er sinds begin september over praat.
Vijf spellen, vijf herkenbare originelen
Zet je ze naast elkaar, dan is het patroon meteen duidelijk. Build the Wall stapelt blokken zoals Tetris dat doet. Flappy Bill leunt op Flappy Bird, Rio Run op de klassieke Snake van Nokia en Supply Line op het arcadespel Tapper, dat tegenwoordig van Warner Bros. is. Trump Savings Tycoon is opgezet als een schietgalerij in de trant van Duck Hunt van Nintendo.
In het promotiemateriaal gaat het verder. Daar dook een logo op in de letters en kleuren van SEGA maar met de tekst MAGA erin, klonk muziek die sterk doet denken aan Green Hill Zone uit Sonic the Hedgehog, en werden de opstartschermen van de XBOX en de PlayStation nagebootst.
Eén bedrijf reageerde, de rest zweeg
Van alle betrokken rechthebbenden liet er tot nu toe één van zich horen. The Tetris Company plaatste op Instagram een bericht waarin het schrijft niet betrokken te zijn geweest bij Build the Wall, dat het inbreuk op auteursrecht zeer serieus neemt, en dat het gelooft in verbinden in plaats van verdelen. Of het bedrijf ook naar de rechter stapt, staat er niet bij. Overigens is het concept van Tetris in 1984 bedacht door programmeur Alexey Pajitnov van het Dorodnitsyn Computing Center van de Academie der Wetenschappen in Moskou. Dit is ook de reden dat het Kremlin zichtbaar is op veel artwork in de game. Hoewel velen denken dat de Nintendo Game Boy de eerste uiting van de game was, was ook dat op een Russische Sovjet-Elektronica 60-computer. Met de spanningen tussen Rusland en de VS is ook dit een geopolitiek interessante keuze en een opvallende die zich wel durft uit te spreken.
Newsweek benaderde SEGA en andere bedrijven wier beeldtaal in de spellen terugkomt, en kreeg geen reactie. Dat zwijgen is opvallend bij een branche die normaal snel optreedt. Nintendo laat fanprojecten doorgaans binnen dagen offline halen, zoals we onlangs nog zagen bij een fanremake van Pokémon Emerald.
Spelregels zijn niet beschermd, de uitvoering wél
De eerste reden voor die terughoudendheid is juridisch, en hij is subtieler dan vaak wordt gezegd. In het Amerikaanse auteursrecht is een idee niet beschermd en de uitwerking ervan wel. Dat blokken vallen, dat je ze kunt draaien en dat een volle regel verdwijnt, is een spelregel en die kan niemand claimen.
Daarmee is de zaak echter niet klaar, en dat blijkt uit de belangrijkste uitspraak op dit terrein. In 2012 won Tetris Holding een zaak tegen Xio Interactive bij de rechtbank van New Jersey. De rechter oordeelde inderdaad dat de spelregels vrij zijn, maar rekende een reeks andere elementen wél tot de beschermde uitwerking: het speelveld van twintig bij tien, de schaduw die laat zien waar je blok landt, het venster met het volgende blok, en blokken die van kleur veranderen zodra ze liggen. Wie die elementen bij elkaar overneemt, maakt inbreuk, ook zonder één regel code te kopiëren.
Het verweer dat je alleen de spelregels hebt nagemaakt, is dus geen automatische vrijbrief. Dat verklaart waarom de verklaring van Tetris meer gewicht heeft dan hij op het eerste gezicht lijkt te hebben.
Bij de muziek en het logo gelden weer andere regels
De twee onderdelen uit het promotiemateriaal liggen juridisch anders dan de spellen zelf. Een melodie is gewoon een beschermd werk en daar bestaat geen uitzondering voor spelmechanieken. Wie een herkenbaar stuk muziek overneemt, heeft die discussie niet.
Een logo valt niet onder auteursrecht maar onder merkenrecht, en dat is een ander regime met andere drempels. Daar gaat het om verwarring bij het publiek en, in de Verenigde Staten, ook om verwatering van een bekend merk. Een aangepast logo dat de vormgeving van SEGA gebruikt, raakt dus aan een vraag die losstaat van de vraag of het spel eronder is nagemaakt.
De echte reden voor het zwijgen staat in de wet
Hier komt het punt dat de meeste berichten overslaan en dat vrijwel alles verklaart. Je kunt de Amerikaanse federale overheid wel degelijk aanspreken op auteursrechtinbreuk, want die immuniteit is opgeheven. Alleen loopt dat via artikel 1498(b) van titel 28 van de Amerikaanse wet, en dat artikel is beperkend.
Een rechthebbende kan uitsluitend naar het Court of Federal Claims in Washington, en kan daar alleen een geldbedrag vorderen. Een verbod op verder gebruik zit er niet in. Dat betekent dat zelfs een bedrijf dat de zaak wint, het spel niet offline krijgt. Voor een merk dat vooral zijn beeldtaal wil beschermen, is dat een magere uitkomst tegenover jarenlange procedures.
Daar komt bij dat er in de Verenigde Staten een beroep openstaat op fair use, waarbij politieke satire meeweegt. Of dat opgaat, moet per geval worden uitgeprocedeerd, en dat kost geld nog voordat je aan de inhoud toekomt.
In Europa zou dit anders liggen
Voor Nederlandse en Belgische lezers is de vergelijking met ons eigen recht het interessantst, want de uitkomst zou hier niet vanzelf dezelfde zijn. De Europese richtlijn kent een uitzondering voor parodie, in Nederland vastgelegd in artikel 18b van de Auteurswet.
Wat die uitzondering precies inhoudt, bepaalde het Hof van Justitie in 2014 in een Belgische zaak over een omslag van Suske en Wiske. In het arrest Deckmyn tegen Vandersteen stelde het Hof twee eisen: een parodie moet aan het origineel doen denken én er duidelijk van verschillen, en moet een uiting van humor of spot zijn. Daarnaast oordeelde het Hof dat een rechthebbende er een rechtmatig belang bij heeft dat zijn werk niet wordt geassocieerd met een discriminerende boodschap.
Dat laatste onderdeel heeft in het Amerikaanse fair use geen tegenhanger. Een rechthebbende heeft in Europa dus een extra argument dat in de Verenigde Staten niet bestaat, en kan hier bovendien wél een verbod vragen. Of dat in dit geval tot iets zou leiden, is aan een rechter en niet aan ons; het verschil in gereedschap is het punt.
Eén detail werkt precies de andere kant op
Er zit aan deze spellen nog een eigenaardigheid die zelden wordt genoemd. Werken die de Amerikaanse federale overheid zelf maakt, zijn in de Verenigde Staten uitgesloten van auteursrecht. Dat staat in artikel 105 van de Amerikaanse auteurswet.
Deze spellen zijn dus in eigen land vogelvrij. Iedereen mag ze overnemen, aanpassen en opnieuw uitbrengen, precies zoals dat met foto’s van NASA gebeurt. Een overheid die spellen namaakt, kan het resultaat vervolgens zelf niet beschermen.
Waarom dit ook zonder de politiek interessant is
Los van wat je van de onderwerpen van deze spellen vindt, legt de zaak iets bloot dat breder geldt. De positie van een rechthebbende tegenover een staat is fundamenteel anders dan tegenover een bedrijf, en dat verschil is voor de meeste mensen onzichtbaar tot het zich voordoet.
Voor de spelindustrie is dit daarmee een leerzaam geval. Het laat zien waar de grens tussen spelregel en uitwerking ligt, hoe verschillend auteursrecht en merkenrecht uitpakken, en hoe weinig een sterk recht waard is als het bijbehorende verbod ontbreekt. Of een van de betrokken bedrijven alsnog stappen zet, zal de komende maanden blijken.


