NeXT, het bedrijf dat Steve Jobs oprichtte nadat hij bij Apple was vertrokken, bleef volgens The Wall Street Journal alleen bestaan dankzij een geheime afspraak met de CIA. De inlichtingendienst kocht jaarlijks duizenden NeXT-computers en gebruikte ze om satellietbeelden te analyseren en te bepalen of buitenlandse legers zich hadden verplaatst.
Volgens het bericht bouwde de CIA de machines om met een snellere Motorola-processor en een grafische kaart van Intel, en zou het contract om maximaal twintigduizend computers per jaar hebben kunnen gaan. Twee onderdelen van dat verhaal verdienen een nadere blik.
Reken dat aantal even na
NeXT verkocht in zijn hele bestaan als hardwarefabrikant ongeveer vijftigduizend computers. Dat is het totaal, van de introductie in 1988 tot het moment dat het bedrijf in 1993 stopte met hardware.
Twintigduizend stuks per jaar zou dus betekenen dat de CIA in twee en een half jaar alles had gekocht wat NeXT ooit heeft gemaakt. In één enkel jaar zou het al veertig procent van de totale productie zijn.
Er is nog een controle mogelijk. NeXT boekte in 1992 een omzet van 140 miljoen dollar. De machines kostten tussen de 6.500 en bijna 8.000 dollar en met opties liep dat verder op, dus dat komt neer op ergens tussen de vijftien- en twintigduizend computers in dat jaar, voor alle klanten samen.
Die twintigduizend per jaar kan dus geen beschrijving zijn van wat er werkelijk is afgenomen. Het is hoogstens het plafond waarvoor is getekend, en dat is iets anders. Dat de CIA een grote en misschien wel de belangrijkste klant was, is met deze cijfers goed voorstelbaar; dat het bijna de enige klant was, staat er niet.
Die aangepaste hardware stond gewoon in de catalogus
Het beeld van een inlichtingendienst die zelf computers ombouwt is aantrekkelijk, maar de onderdelen wijzen een andere kant op.
De eerste NeXT Computer uit 1988 had een Motorola 68030 op 25MHz en kostte 6.500 dollar. In 1990 kwam de NeXTcube met een 68040 op 25MHz voor 7.995 dollar, en NeXT verkocht een losse insteekkaart om oudere machines naar die 68040 om te bouwen voor 1.495 dollar. Er kwam later ook nog een Turbo-uitvoering op 33MHz.
Die snellere Motorola-processor was dus geen geheime aanpassing maar een bestelbare optie.
Datzelfde geldt vrijwel zeker voor die grafische kaart van Intel. NeXT verkocht de NeXTdimension, een insteekkaart voor kleurenbeeld met een Intel i860 op 33MHz, 8MB werkgeheugen en 4MB videogeheugen, voor 3.995 dollar. De kaart werd in 1990 aangekondigd en kwam in 1991 op de markt.
De CIA bouwde de machines dus waarschijnlijk niet om, maar bestelde de duurste configuratie die er te krijgen was. Dat maakt het verhaal niet minder interessant, maar wel iets anders dan het klinkt.
Dat was geen videokaart zoals jij die nu kent
Nog een punt waar de moderne woordenschat in de weg zit. De Intel i860 was geen grafische processor in de betekenis die dat woord vandaag heeft.
Het was een algemene 64-bits RISC-processor die je voor van alles kon inzetten en die hier als versneller naast de hoofdprocessor werd gezet. Bij NeXT was hij bedoeld om Display PostScript af te handelen, oftewel het tekenen van het beeld, zodat de hoofdprocessor dat niet hoefde te doen. Het woord GPU bestond nog niet eens; dat kwam pas in 1999 in omloop.
Klopt ook de tijdsaanduiding? Deels. De CIA-deal begon volgens het bericht in de jaren tachtig, maar de NeXTdimension kwam pas in 1991 uit. Voor de beeldanalyse waar het hier om gaat, praat je dus over de vroege jaren negentig.
Waarom uitgerekend deze machine
De interessantere vraag is waarom een inlichtingendienst hier zoveel geld in stak, en het antwoord daarop staat niet in de grafische kaart.
In elke NeXT zat standaard een Motorola DSP56001, een echte signaalprocessor. Dat is precies het type chip dat je wilt hebben als je stapels beelden moet filteren en vergelijken, en het was in die jaren volstrekt ongebruikelijk om zoiets standaard in een werkstation te zetten.
Daar kwam een besturingssysteem op Unix-basis bij met fatsoenlijk multitasken en netwerken, en een objectgeoriënteerde ontwikkelomgeving waarmee je zelf snel programma’s kon bouwen. Voor een organisatie die eigen analysesoftware wil schrijven en die over de hele wereld op één systeem wil kunnen werken, was dat in 1990 een zeldzame combinatie.
Dat verklaart ook waarom NeXT commercieel mislukte en tegelijk zo geliefd was bij wie er wel mee werkte. Het was een dure machine voor mensen die iets wilden bouwen, in een markt die goedkope machines wilde om iets op te draaien.
Wat er van NeXT is overgebleven
Het einde is bekend, maar de omvang ervan wordt vaak onderschat. NeXT stopte in 1993 met hardware en ontsloeg daarbij 230 van de 530 medewerkers. Apple kocht het bedrijf voor 427 miljoen dollar; die overname werd op 7 februari 1997 afgerond en bracht Jobs terug.
NeXTSTEP werd daarna de basis van Mac OS X, dat in 2001 verscheen, en die basis zit vandaag nog steeds onder macOS, iOS en iPadOS. Wie een iPhone gebruikt, gebruikt de verre nazaat van software die is ontwikkeld op een machine die vrijwel niemand kocht.
Er is meer op die machines gemaakt. Tim Berners-Lee bouwde het wereldwijde web op een NeXT bij CERN, en id Software ontwikkelde er Doom en Quake op. In het Apple Museum in Utrecht staan ze nog.
Eén klant kan een heel platform overeind houden
De les uit dit verhaal is niet dat de CIA iets duisters deed. Een overheidsdienst die computers koopt om satellietbeelden te analyseren, doet precies waar hij voor bestaat.
De les is dat een technologie die je nu overal gebruikt, in leven werd gehouden door één klant die er om zijn eigen redenen genoeg van afnam. Zonder die orders was NeXT waarschijnlijk eerder omgevallen, was Jobs niet op deze manier bij Apple teruggekomen en had de geschiedenis van dat bedrijf er anders uitgezien.
Dat patroon is niet verdwenen. Ook nu draaien er hele takken van de techindustrie op een klein aantal zeer grote afnemers, waaronder overheden en defensie. Het verschil is dat je het pas dertig jaar later te horen krijgt.