Grote getallen. Met name Chinese merken zijn er dol op om ze te roepen. Want de consument daar, koopt toch vooral graag van de specsheet. Bij de IFA kom je er volop tegen. Zo ook bij de introductie van de nieuwe line-up TCL TV’s. TCL zet op IFA zijn complete Europese televisieaanbod voor 2026 neer. Bovenaan staat de X11L met SQD-Mini LED, maximaal 20.736 dimzones, een opgegeven piekhelderheid tot 10.000 nits, 144 Hz en een WHVA 2.0-paneel, in 75, 85 en 98 inch. Daaronder zit de C8L met tot 6.000 nits en 4.032 zones in vijf maten van 55 tot 98 inch, en de C7L met tot 3.000 nits en 2.176 zones in dezelfde maten. De A400 Pro NXTVISION mikt op het interieur met een houtkleurige lijst, een matte HVA-paneel, tot 448 dimzones en een kunstcollectie van ruim tachtig werken, in zeven maten van 32 tot 98 inch. De bestaande P-serie blijft het middensegment vullen: de P8L met QD-Mini LED van 55 tot 98 inch en de P7L als QLED van 43 tot 85 inch. Europese prijzen staan niet in de aankondiging.
Wat er van die 10.000 nits overblijft
Dit is het getal waar de hele serie op wordt verkocht, en er is inmiddels aan gemeten. FlatpanelsHD kwam bij de X11L op een werkelijke piekhelderheid van rond de 4.500 nits, waarbij de 10.000 alleen in uiterst korte flitsen wordt gehaald via een boostfunctie die de recensent aanraadt uit te zetten.
Belangrijker nog is wat er gebeurt als het hele scherm licht is: daar meet diezelfde recensent ruim 700 nits. Dat verschil is geen bedrog maar de manier waarop deze techniek werkt. Piekhelderheid wordt gemeten op een klein wit vlakje, omdat alleen daar genoeg stroom naartoe kan zonder dat het paneel te warm wordt. Een zonsondergang die je hele scherm vult, komt dus uit op een fractie van het getal op de doos. Daar komt bij dat vrijwel geen enkele film boven de 4.000 nits wordt gemasterd en dat streamingdiensten meestal op 1.000 zitten.
Die 100% BT.2020 is niet gemeten maar ondersteund
Er staat een tweede getal in de aankondiging dat opvalt zodra je weet wat het betekent. TCL spreekt van ondersteuning voor maximaal 100% van het BT.2020-kleurbereik.
Dat woord “ondersteuning” doet daar veel werk. BT.2020 is het kleurbereik dat voor toekomstige uitzendingen is vastgelegd, en geen enkel consumentenscherm haalt daar 100% van; daarvoor heb je laserlicht nodig in plaats van leds met quantum dots. Bij de X11L werd 88% gemeten. Dat is uitzonderlijk goed en ruim boven wat de meeste televisies halen, dus het echte cijfer is indrukwekkend genoeg. Het is alleen een ander cijfer dan het cijfer in de aankondiging.
Het woordje “maximaal” doet het meeste werk
Als je één ding uit deze aankondiging meeneemt, is het dit. Elk zonegetal en elk helderheidsgetal geldt voor het grootste en duurste model in die serie, niet voor de hele lijn.
TCL is daar bij de P8L expliciet over: de 512 dimzones worden uitdrukkelijk aan het model van 98 inch gekoppeld. Bij de C8L staat het niet in het persbericht maar wel op TCL’s eigen productpagina, en daar wordt het concreet: de 65-inch C8L heeft 2.040 dimzones en een opgegeven piek van 5.500 nits, terwijl de 4.000 zones bij het model van 98 inch horen. Dat is dus de helft van het getal in de aankondiging. Vergelijk daarom nooit series met elkaar maar altijd het exemplaar in de maat die jij wilt kopen. Wij schreven eerder uitgebreid over wat het Mini LED-label je niet vertelt, en dit is daar het schoolvoorbeeld van.
Zelfs 20.736 zones is grover dan het klinkt
Dat aantal is ongekend hoog voor een televisie, en het loont om uit te rekenen wat het per beeldpunt betekent. Een 4K-scherm heeft 8.294.400 pixels.
Deel dat door 20.736 en je komt uit op precies 400 pixels per dimzone: een blokje van twintig bij twintig beeldpunten dat maar één helderheid tegelijk kan hebben. Op een 75-inch scherm is elke zone ongeveer 8,6 bij 8,6 millimeter. Dat is de reden dat er nog steeds lichtkransen rond kleine heldere voorwerpen te zien zijn, en de meting van FlatpanelsHD bevestigt dat ook bij twintigduizend zones. Ter vergelijking: bij de C8L delen ruim tweeduizend pixels een zone, bij de C7L bijna vierduizend, en bij de A400 Pro ruim achttienduizend. Een OLED regelt elk van die 8,3 miljoen pixels afzonderlijk. Dat is het verschil dat geen zoneaantal overbrugt.
288 Hz is geen 288 Hz
Bij de C7L en de P8L staat een gamefunctie die 288 belooft terwijl het paneel op 144 zit. Die twee getallen sluiten elkaar niet uit, maar er zit een prijs aan.
Zo’n modus haalt de dubbele beeldsnelheid door de verticale resolutie te halveren: het paneel toont dan de helft van de beeldlijnen en kan daardoor twee keer zo vaak verversen. Je ruilt dus scherpte in voor vloeiendheid. Voor een schietspel waarin reactietijd telt, kan dat de moeite waard zijn; voor alles waarbij je het beeld wilt zien, niet. Belangrijk om te weten: je spelcomputer levert dat signaal niet. Dit is een pc-functie, en je videokaart moet die beeldsnelheid ook nog halen. Dus sleep die PC maar gewoon weer de woonkamer in als je op deze manier je TV wilt bestieren.
De A400 Pro mikt op precies één concurrent
Een televisie met een houtkleurige lijst, een matte beeldbuis en een ingebouwde kunstcollectie laat weinig aan de verbeelding over. Dit is TCL’s antwoord op de Frame van Samsung. Iets waar Samsung, terecht, heel populair mee is.
Het verschil zit in wat erachter hangt. Waar die concurrent het met een gewone achtergrondverlichting doet, zet TCL er tot 448 dimzones en 144 Hz achter, en dat is voor een lifestyletelevisie ongebruikelijk veel. De matte afwerking is wel een ruil: die slikt reflecties in een lichte kamer, maar maakt zwart in een donkere kamer grijzer omdat het licht uit de kamer wordt verstrooid in plaats van teruggekaatst. Dat de serie ook in 32 inch bestaat, is opvallend; dat formaat is bij vrijwel elk ander merk uit de premiumlijnen verdwenen.
Het verschil tussen P8L en P7L is het enige dat je ziet
In het middensegment staan twee series die in de tekst op elkaar lijken, terwijl er één wezenlijk verschil is. De P8L heeft Mini LED-achtergrondverlichting, de P7L niet.
Bij Mini LED bestaat de verlichting uit duizenden kleine ledjes die per groep gedimd kunnen worden, waardoor donkere delen van het beeld echt donker blijven terwijl heldere delen fel blijven. Een gewone QLED heeft die zoneregeling niet en moet het contrast volledig uit het paneel halen. Beide series gebruiken quantum dots voor de kleur, dus daarin schelen ze weinig. Als je moet kiezen binnen dit segment, is de aanwezigheid van zoneregeling het punt waarop je beslist, niet het aantal kleuren dat wordt opgegeven.
Wat er over de software niet wordt gezegd
Bij een televisie die je tien jaar in huis hebt, telt de chip die de apps draait harder dan bij een telefoon. In de aankondiging staat daar niets over.
De recensie van de X11L is op dat punt kritisch: de gebruikte Pentonic 800-processor wordt daar omschreven als verre van krachtig. Dat merk je niet aan het beeld maar aan hoe vlot de menu’s en streaming-apps reageren, en dat wordt in de loop van de jaren zelden beter. Ook over hoelang deze toestellen software-updates krijgen, staat niets in het persbericht. Dat is bij een aankoop van enkele duizenden euro’s een relevantere vraag dan het aantal dimzones.
Waar je op let voordat je kiest
Drie dingen bepalen of je het verschil tussen deze series daadwerkelijk ziet. Het eerste is je kamer: al die helderheid betaalt zich alleen uit bij daglicht met de gordijnen open, en wie vooral ’s avonds kijkt heeft meer aan goede zwartweergave dan aan duizenden nits.
Het tweede is je zithoek. Deze panelen zijn van het VA-type, dat contrast inruilt tegen kijkhoek; zit je gezin breed verspreid voor het scherm, dan is dat een echte overweging, en TCL noemt bij de X11L niet voor niets een paneel dat daar specifiek op is verbeterd. Het derde is het energielabel, dat bij televisies al jaren verplicht is en sinds 2021 weer van A tot G loopt. Een scherm van 98 inch met deze helderheid zit daar niet aan de gunstige kant, en dat zie je terug op je rekening.


