Tesla laat installateurs weten dat het stopt met het maken en plaatsen van het Solar Roof, het dak waarbij de zonnecellen in de dakbedekking zelf zijn verwerkt. Met gewone zonnepanelen gaat het bedrijf wel door.
Electrek meldde het als eerste op basis van bronnen rond het programma: intern is geconcludeerd dat het product financieel niet houdbaar is. Tesla heeft zelf niets bevestigd, maar haalde de pagina over het Solar Roof wel weg en leidt bezoekers nu door naar de pagina over zonnepanelen. In de berichtgeving eromheen wordt warmte als verklaring aangewezen. Die verklaring klopt in de richting, maar de getallen erbij niet.
Die halve procent per graad is te hoog
TechCrunch schrijft dat de spanning met ongeveer een half procent daalt per graad Celsius. Dat is de orde van grootte van panelen van tien tot vijftien jaar geleden.
Moderne panelen zitten daar ruim onder. De temperatuurcoëfficiënt voor het piekvermogen ligt bij PERC-panelen tussen 0,30 en 0,35% per graad, en bij TOPCon-panelen tussen 0,26 en 0,28%. Dat is bijna een halvering ten opzichte van het genoemde cijfer.
Er wordt bovendien twee dingen door elkaar gehaald. Spanning en vermogen hebben elk hun eigen coëfficiënt, en wat je op je meter terugziet is het vermogen. Dat is het getal waar je mee moet rekenen.
Reken uit wat warmte werkelijk kost
Panelen worden gemeten bij een celtemperatuur van 25 graden. Alles daarboven kost opbrengst, en op een dak wordt het flink warmer dan de buitentemperatuur.
In een Nederlandse zomer lopen panelen doorgaans 20 tot 35 graden boven de omgevingstemperatuur op, dus op een dag van 28 graden zit je rond de 60 tot 65 graden. Bij 65 graden en een coëfficiënt van 0,30% is dat ongeveer 12% onder het opgegeven vermogen, op dat moment.
Over een heel jaar valt dat mee, want de meeste uren zijn geen hittegolf. Voor een gemiddelde Nederlandse installatie kost warmte zo’n 3 tot 6% van de jaaropbrengst.
Het verschil tussen wel en niet ventileren
Nu de kern van de zaak. Bij gewone panelen op een frame zit er ruimte tussen paneel en dak, en de richtlijn is minimaal tien centimeter. Daar loopt lucht doorheen en die voert warmte af.
Bij een dak waarin de cellen zijn geïntegreerd, ontbreekt die ruimte. De temperatuur loopt dan hoger op, en waar een geventileerd paneel op een warme dag rond de 60 graden zit, kom je bij een integratie eerder richting de 75 tot 80.
Reken dat verschil door: op zo’n warme dag scheelt dat ongeveer vijf procentpunt aan vermogen. Over een heel jaar kom je uit op een verschil van grofweg twee tot drie procentpunt in opbrengst.
Dat is een reëel nadeel en je wilt het weten voordat je zo’n dak koopt. Maar het is geen verschil waar een productlijn aan onderuitgaat, en dat is precies waarom deze verklaring onbevredigend is.
Twaalf daken in anderhalf jaar
Er staat in de geschiedenis van dit product een getal dat veel meer zegt, en dat gaat niet over natuurkunde.
Tesla plaatste de eerste zonnedaken in augustus 2017. In mei 2018 waren er volgens cijfers van Reuters, aangehaald door CNBC, twaalf van die daken aangesloten op het net, allemaal in Noord-Californië. Elon Musk had duizend daken per week beloofd; op het hoogtepunt in 2022 waren het er volgens Electrek ongeveer 23 per week.

Dat wijst op iets anders dan tegenvallende opbrengst. Een dak van zonnecellen leggen is dakdekkerswerk en elektricienwerk tegelijk, per woning anders, en het vraagt vakmensen die beide beheersen. Die zijn er nauwelijks, en dat schaalt niet.
Een product dat na acht jaar nog steeds niet in serie loopt, wordt uiteindelijk geschrapt omdat het niet te maken is, niet omdat het te warm wordt.
Een zonnedak is alleen interessant als je dakpannen afgeschreven zijn
Daar komt de rekensom bij die dit soort producten altijd achtervolgt. Je betaalt bij een zonnedak voor twee dingen tegelijk: dakbedekking en stroomopwekking.
Moest je dak sowieso vervangen worden, dan is dat een eerlijke vergelijking en kan het uit. Ligt er een dak dat nog vijftien jaar meekan, dan zet je daar iets nieuws op waarvan alleen de opwekkende helft je iets oplevert, tegen een prijs die de hele constructie omvat.
Die groep, mensen die op precies dit moment een nieuw dak nodig hebben én zonnestroom willen én bereid zijn er fors voor te betalen, is klein. Dat verklaart die twaalf daken beter dan welke temperatuurcurve ook.
In Nederland kon je hem preorderen, maar hij kwam nooit
Voor Nederlandse daken verandert er niets, en dat is een verhaal op zich. Wij schreven in 2017 dat het Solar Roof ook in Nederland en België te bestellen was, met een aanbetaling van 930 euro en een speciale Tuscan-uitvoering voor het golvende dakpanprofiel dat hier gebruikelijk is. Levering zou vanaf 2018 beginnen.
Daar is het nooit van gekomen. Tesla kwam zelfs in de Verenigde Staten niet buiten een handvol staten, en begon in 2020 bestellingen te annuleren omdat adressen buiten het werkgebied lagen. Wie destijds aanbetaalde, kreeg zijn geld terug en verder niets.
Wat hier wél bestaat zijn indaksystemen: panelen die in plaats van dakpannen worden gelegd en vlak in het dakvlak liggen. Die zijn populair bij nieuwbouw en bij renovaties omdat ze er strakker uitzien, en ze kampen met exact dezelfde natuurkunde. Overweeg je zoiets, vraag dan naar de gegarandeerde ventilatie onder de panelen en naar de verwachte opbrengst in kilowattuur per jaar in plaats van in wattpiek. Wattpiek is een meetwaarde bij 25 graden en zegt niets over een warm dak in juli.
Vanaf 1 januari telt iets anders dan opbrengst
Tot slot een reden waarom die paar procentpunt in Nederland binnenkort nog minder zwaar wegen dan nu.
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Vanaf dat moment kun je wat je opwekt niet meer wegstrepen tegen wat je verbruikt; je krijgt een vergoeding voor wat je teruglevert, en die moet tot 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen.
Daarmee verschuift de vraag van hoeveel je opwekt naar wanneer je het opwekt en of je het zelf gebruikt. Stroom die je direct verbruikt is volledig wat waard; stroom die je teruglevert de helft of minder.
Dat is ook precies waar Tesla in Nederland wél iets doet. De Powerwall 3P is sinds deze maand hier verkrijgbaar, met 13,5 kWh opslag en een driefaseomvormer aan boord. Twee procentpunt minder opbrengst is in die situatie kleiner nieuws dan de vraag of je een thuisbatterij of een slimme boiler hebt om je eigen productie op te vangen. Dat is het cijfer waar je installateur je vanaf komend jaar op moet kunnen antwoorden.


