De Europese Commissie en het SpaceRISE-consortium hebben hun handtekening gezet onder het uitvoeringsplan voor IRIS², het Europese satellietinternetnetwerk. Er komen 66 satellieten bij, waarmee het totaal op 348 uitkomt, en de eerste lanceringen zijn een jaar vervroegd naar 2029.
Dat kost geld. Waar in 2024 nog werd gerekend met 10,5 miljard euro, gaat het volgens Bloomberg nu om 15,6 miljard. Lidstaten moeten dus bijleggen.
Zet die 348 eens naast de concurrentie
Het woord Starlink-concurrent valt in vrijwel elk bericht over IRIS², en dat is precies waar het beeld scheeftrekt.
SpaceX heeft op dit moment bijna elfduizend Starlink-satellieten in een baan om de aarde. Het bedrijf heeft vergunning voor twaalfduizend en heeft er nog eens tienduizenden aangevraagd. Amazon Leo, de nummer twee, heeft er inmiddels bijna vierhonderd draaien en mag er in totaal ruim zevenduizend plaatsen.
IRIS² komt uit op 348, en dan pas ergens in de jaren dertig. Amazon heeft er vandaag dus al meer in de ruimte dan Europa er ooit wil hebben. Tegenover Starlink praat je over ruwweg 3%.
Dat is geen kritiek op de techniek, maar het maakt wel duidelijk dat IRIS² nooit bedoeld kan zijn om Starlink op dekking of capaciteit te verslaan. Wie dat als maatstaf neemt, meet met de verkeerde lat.
De begroting groeit harder dan de constellatie
Reken de aanpassing even door. Het aantal satellieten gaat met ruim 23% omhoog, het budget met bijna 49%. Er zit dus meer in die verhoging dan alleen extra satellieten: het vervroegen van de lanceringen kost op zichzelf ook geld, want je koopt raketcapaciteit in een krappere markt en op een kortere termijn.
Bij 15,6 miljard euro voor 348 satellieten kom je uit op bijna 45 miljoen euro per stuk. Dat is geen eerlijke vergelijking met de bouwkosten van een Starlink-satelliet, want dit bedrag dekt het hele programma: grondstations, lanceringen, ontwikkeling en jarenlange dienstverlening. Maar het geeft wel aan in welke orde van grootte Europa hier opereert.
Waar die achttien satellieten voor zijn
Eén detail uit het plan wordt zelden uitgelegd en zegt veel. Van de 348 satellieten komen er 330 in een lage baan en 18 in een middelhoge baan.
Starlink en Amazon Leo zitten uitsluitend laag. Dat geeft korte reactietijden en is ideaal voor internet thuis, maar je hebt er wel veel satellieten voor nodig omdat elk exemplaar maar een klein stukje aarde ziet.
Een satelliet in een middelhoge baan overziet een veel groter gebied en blijft langer boven dezelfde plek. Dat is minder geschikt voor snel internet in de woonkamer, maar juist wel voor stabiele verbindingen over grote afstanden: overheidsverkeer, ambassades, missies en verbindingen naar gebieden waar geen kabel ligt. Die achttien satellieten verraden dus waar dit netwerk in de eerste plaats voor is.
Waar dit eigenlijk voor bedoeld is
De Commissie noemt overheden, bedrijven én burgers als gebruikers, en dat laatste is niet gelogen. Maar Bloomberg schrijft er expliciet bij dat de versnelling voortkomt uit defensiebehoeften, en dat verklaart de rekensom beter dan het consumentenverhaal.
Vijftien miljard euro uitgeven om internet te brengen naar Europese huishoudens met slechte dekking is namelijk economisch onzin; dat kan met glasvezel of met een abonnement bij een bestaande aanbieder goedkoper. Vijftien miljard uitgeven zodat Europese overheden en krijgsmachten kunnen communiceren zonder afhankelijk te zijn van een Amerikaans bedrijf, is een heel ander soort investering. Dan koop je geen bandbreedte maar zeggenschap.
Dat is een verdedigbaar doel, zeker gezien wat er de afgelopen jaren is gebeurd rond de beschikbaarheid van Starlink in conflictgebieden. Het is alleen iets anders dan wat de kop suggereert.
Wat dit voor jou verandert
Voorlopig niets. De eerste lanceringen staan voor 2029 en een werkende dienst duurt daarna nog jaren. Woon je nu in een gebied met slechte dekking, dan is dit geen oplossing waarop je kunt wachten.
Wat je er wel uit kunt afleiden, is dat de markt voor satellietinternet in Europa tegen die tijd drie aanbieders telt in plaats van één. Dat is doorgaans goed nieuws voor de prijs, ook als de nieuwkomer de kleinste van de drie is.
En houd er rekening mee dat 2029 een streefdatum is in een project dat sinds 2024 al één keer van omvang en begroting is veranderd. Ruimtevaartprogramma’s van deze schaal schuiven vaker op dan ze vervroegen, en dat deze nu juist naar voren gaat, is op zichzelf het opmerkelijkste aan dit bericht.