Ugreen heeft in China de LinkStation Pro uitgebracht, een behuizing waarin je een gewone desktopvideokaart plaatst en die je vervolgens aan een laptop of mini-pc hangt. Het is de opvolger van het eerdere LinkStation-model en vervangt de USB4-verbinding van 40 gigabit per seconde door Thunderbolt 5 met 80. De OCuLink-poort van 64 gigabit blijft ernaast bestaan. In de behuizing zit een voeding van 850 watt volgens de ATX 3.1-norm, er passen kaarten tot 370 millimeter lang en 155 millimeter hoog, en de Thunderbolt-poort levert nu 140 watt aan je laptop in plaats van 100. Verder zijn er drie Thunderbolt 5-poorten en een USB-A-poort, maar geen netwerkaansluiting en geen M.2-sleuf. De prijs in China is 2.999 yuan. Over een wereldwijde introductie is niets bekend.
Wat een eGPU eigenlijk is
De afkorting staat voor external GPU, oftewel een externe videokaart, en het idee erachter is eenvoudiger dan de term doet vermoeden. Een laptop heeft geen ruimte voor een grote videokaart, want die is te groot, te heet en te stroomhongerig.
Een eGPU-behuizing haalt die kaart naar buiten. Het is in wezen een half pc-systeem zonder processor: een kast met een PCIe-sleuf waarin je een gewone desktopvideokaart schuift, een voeding die hem van stroom voorziet en een aansluiting waarmee het geheel aan je laptop hangt. Werkt je laptop op de gewone zuinige chip als je onderweg bent, dan sluit je hem thuis aan op de behuizing en beschikt hij ineens over een volwaardige videokaart voor spellen, videobewerking of het trainen van modellen. Je hebt dus één computer in plaats van twee, en je kunt de videokaart later vervangen zonder de laptop te vervangen.
De kabel is altijd de flessenhals
Hier zit de reden dat een eGPU nooit helemaal gelijkstaat aan een desktop, en dat is een rekensom die zelden wordt gemaakt. In een desktop zit de videokaart in een sleuf van zestien PCIe-banen.
Bij de huidige generatie is dat PCIe 5.0 bij zestien banen, goed voor ruwweg 500 gigabit per seconde. Een eGPU krijgt via Thunderbolt 5 een tunnel van vier banen PCIe 4.0, wat neerkomt op ongeveer 64 gigabit. Dat is dus ongeveer een achtste van wat diezelfde kaart in een desktop tot zijn beschikking heeft. Voor spellen valt de schade in de praktijk mee zolang je op hoge resolutie speelt, omdat de kaart dan vooral met zichzelf bezig is en weinig heen en weer stuurt. Maar bij lagere resoluties, bij hoge beeldsnelheden en bij taken die veel data in en uit het geheugen pompen, merk je het wel degelijk. Reken er dus niet op dat een kaart in zo’n kast net zo snel is als in een toren.
Waarom die 80 gigabit niet 80 gigabit is
Er staat een getal op de doos dat hoger is dan het getal dat voor je videokaart telt, en dat verdient uitleg. Thunderbolt 5 haalt 80 gigabit per seconde, maar dat is de totale capaciteit van de verbinding.
Over diezelfde kabel gaan ook beeldsignalen, usb-apparaten en stroom. Wat er overblijft voor de videokaart, is een PCIe-tunnel van vier banen, en Ugreen geeft zelf aan dat die op 64 gigabit uitkomt. Dat is precies evenveel als de OCuLink-poort ernaast. De winst ten opzichte van het vorige model is er wel: USB4 met 40 gigabit levert doorgaans een tunnel van PCIe 3.0 bij vier banen, ongeveer 32 gigabit, dus de beschikbare bandbreedte voor de kaart is verdubbeld. Dat is de werkelijke verbetering van dit apparaat, en die is echt.
OCuLink is sneller in de praktijk en onhandiger in gebruik
Dat er twee aansluitingen op zitten, is geen overdaad maar een keuze tussen twee nadelen. OCuLink legt de PCIe-banen rechtstreeks door zonder ze in het Thunderbolt-protocol te verpakken.
Die vertaalslag kost bij Thunderbolt vertraging, en dat is terug te zien in metingen: bij een vergelijking met een RTX 5070 Ti leverde Thunderbolt 5 merkbaar minder beelden per seconde dan OCuLink, met vooral slechtere uitschieters naar beneden. Daar staat tegenover dat OCuLink geen stroom levert, geen beeld doorgeeft en niet is gemaakt om aan te sluiten terwijl de computer aanstaat. Je hebt dus een tweede kabel nodig en je moet doorgaans opnieuw opstarten. Thunderbolt is trager maar doet alles over één kabel die je erin en eruit trekt wanneer je wilt. Welke van de twee je kiest, hangt af van of je het apparaat elke dag los- en vastkoppelt of één keer per maand.
De ingebouwde voeding is het echte verschil met de concurrentie
Op het specificatieblad lijkt 850 watt een detail, en het is het belangrijkste onderdeel van dit product. Concurrerende docks zoals de Minisforum DEG2 leveren geen voeding mee.
Dan moet je zelf een pc-voeding kopen en die ergens naast de kast laten liggen, wat het geheel duurder en rommeliger maakt dan de prijsvergelijking suggereert. De norm ATX 3.1 is hier bovendien relevant: die schrijft voor dat een voeding kortstondige stroompieken tot ver boven het nominale vermogen moet kunnen opvangen, en juist de huidige generatie videokaarten van Nvidia staat erom bekend dat ze die pieken maken. Een videokaart die op papier 575 watt gebruikt, kan in zo’n piek kortstondig het dubbele vragen. Met 850 watt volgens die norm zit je daar veilig in, en dat is waar goedkopere kasten het laten afweten.
Honderdveertig watt naar je laptop vraagt de nieuwste standaard
Bij de stroomlevering staat een getal dat hoger ligt dan tot voor kort gebruikelijk was, en daar zit dezelfde techniek onder als in de nieuwste dockingmonitoren. Voor 140 watt over USB-C heb je Power Delivery 3.1 nodig met het uitgebreide vermogensbereik.
Dat tilt de spanning van het oude plafond van 20 volt naar 28 volt bij 5 ampère. Het verschil met de 100 watt van het vorige model is precies het verschil tussen een gaminglaptop die tijdens het spelen langzaam leegloopt en eentje die bijlaadt. Controleer wel of je laptop die nieuwere standaard spreekt: een toestel dat alleen de oudere versie kent, pakt wat het kan en niet meer. En let op de tegenstelling in dit ontwerp: er zit geen netwerkaansluiting en geen M.2-sleuf in, terwijl dat bij een apparaat dat permanent op je bureau staat juist voor de hand had gelegen.
Op een Mac met Apple-chip werkt dit niet
Er is één groep lezers voor wie dit hele verhaal niet opgaat, en dat staat nergens bij. Apple heeft de ondersteuning voor externe videokaarten laten vallen toen het van Intel naar zijn eigen chips overstapte.
Op een MacBook met een M-chip kun je zo’n behuizing aansluiten, maar macOS zal de videokaart niet gebruiken; alleen de Intel-Macs van voor 2020 konden dit. Dat is geen beperking van dit product maar een keuze van Apple, en het is de meestgemaakte misvatting rond eGPU’s. Voor Windows-laptops en voor mini-pc’s met een OCuLink-poort geldt het verhaal wel, en die laatste categorie is het afgelopen jaar flink gegroeid. Ook Linux werkt, zij het met meer handwerk aan de stuurprogramma’s.
Wat dit hier zou kosten, en of dat slim is
Een Nederlandse prijs is er niet, maar een omrekening helpt bij het afwegen. Tegen de referentiekoers van de Europese Centrale Bank van 14 september, 7,7489 yuan per euro, is 2.999 yuan gelijk aan ongeveer €387.
Chinese winkelprijzen zijn inclusief 13% belasting; haal je die eruit en zet je er Nederlandse btw op, dan kom je rond de €415 uit, en met marge voor de distributie is €450 een realistische verwachting als dit apparaat hier ooit komt. Daar komt de videokaart bij: een RTX 5070 kost in Nederland op dit moment zo’n €669. Je zit dus op ruim €1.100 voordat je iets hebt. Voor wie al een goede laptop heeft en die wil houden, is dat een verdedigbare rekensom. Voor wie nog niets heeft, koop je voor datzelfde bedrag een desktop die sneller is, want daar zit de videokaart wél in een volledige sleuf.
Waar je op let
Drie dingen als dit je aanspreekt. Controleer eerst of je laptop daadwerkelijk Thunderbolt 5 heeft en niet Thunderbolt 4 of gewoon USB-C, want dat scheelt de helft van de bandbreedte en het is aan de poort niet te zien.
Sluit je beeldscherm daarna rechtstreeks op de videokaart in de kast aan en niet op je laptop. Gebruik je het ingebouwde scherm, dan moet elk beeld over dezelfde kabel weer terug, en dat kost een aanzienlijk deel van je winst. En wacht met bestellen tot er een Europese uitvoering is: bij invoer uit China heb je geen Nederlandse garantie, en bij een apparaat met een voeding van 850 watt is een CE-markering geen formaliteit. Wij schreven eerder over de eerste generatie van dit soort behuizingen, toen de bandbreedte nog een stuk krapper was.
Waar te koop
Vergelijk de actuele prijs bij onze partners:
Dit zijn affiliatelinks. Koop je iets via zo'n link, dan ontvangt GadgetGear een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.


