BenQ begint een nieuw merk voor bureau-accessoires voor Mac-gebruikers, INFTYLAB genaamd. Er zijn drie producten aangekondigd. De Flow Desk Mat is een bureauonderlegger van 800 bij 400 millimeter en 2,5 millimeter dik, met een gestructureerd oppervlak en een clip voor kabels. De M Mouse weegt 85 gram, meet 115 bij 72,5 bij 41,5 millimeter en werkt via bluetooth, een 2,4GHz-ontvanger of een USB-C-kabel; hij haalt 125 Hz over bluetooth en tot 1.000 Hz bedraad of via de ontvanger, gaat volgens BenQ zestig dagen mee op een lading en ondersteunt Apple-gebaren voor Mission Control en Exposé. De Studio Arm is een monitorarm die is afgestemd op de Apple Studio Display, de Studio Display XDR en de 24 inch-iMac. Prijzen zijn er nog niet.
Nee, er is geen nieuwe eigenaar
De vraag ligt voor de hand bij een merk dat je hier nauwelijks meer tegenkomt, en het antwoord is nuchter. BenQ is nooit verkocht: het bedrijf werd in 2001 afgesplitst van Acer en is sinds de reorganisatie van 2007 een dochter van het eveneens Taiwanese Qisda Corporation.
Bij die reorganisatie werd het bedrijf in tweeën geknipt: Qisda maakt sindsdien producten voor andere merken, BenQ voert de eigen merknaam. Er zat dus geen overname achter, geen investeerder die de naam kocht en er iets anders mee ging doen, zoals je bij andere gevallen weleens ziet. Dezelfde groep, dezelfde thuisbasis, een andere koers.
Wat er wél gebeurde, heette Siemens
De verklaring voor het verdwijnen uit het Nederlandse schap zit in één beslissing uit 2005, en die pakte rampzalig uit. BenQ nam dat jaar de mobiele telefoontak van Siemens over.
Siemens betaalde BenQ minstens 250 miljoen euro om het nieuwe bedrijf op weg te helpen en kreeg daarvoor 2,5% van de aandelen. Op 29 september 2006, één dag nadat BenQ besloot niet langer geld bij te storten, vroeg BenQ Mobile in München faillissement aan. De verliezen liepen op tot ongeveer 840 miljoen euro, waarmee alle winst die BenQ sinds 1999 had gemaakt in één klap verdween. De koers van het moederbedrijf zakte 45%, en in Duitsland verloren zo’n 3.000 mensen hun baan.
Dat einde was ook het einde van de brede consumentenambitie
Zet dat naast elkaar en je ziet wat er is veranderd. Een bedrijf dat in één jaar zijn hele winstgeschiedenis kwijtraakt, stopt met dure avonturen in categorieën waar het niet kan winnen.
Wat overbleef, waren de categorieën waar BenQ altijd goed in was: beeldschermen en projectoren. Wat verdween, was het idee dat BenQ in Europa naast Samsung en Philips in het schap moest liggen met van alles en nog wat. Dat is geen andere missie van een andere eigenaar maar een gedwongen inperking na een misrekening.
Uit het schap is niet hetzelfde als weg
Hier hoort een correctie op het gevoel dat het merk is verdwenen. BenQ maakt nog volop monitoren en projectoren; je komt ze alleen tegen in kanalen waar je als consument niet vanzelf loopt.
Denk aan ZOWIE, de eigen lijn voor esports waarmee het merk op grote toernooien de schermen levert, aan schermen voor klaslokalen en vergaderzalen, en aan bureaulampen. Dat zijn allemaal markten waar via distributeurs, systeembouwers en inkopers wordt verkocht en niet via de elektronicaketen om de hoek. Illustratief is dat onze eigen berichtgeving over het merk rond 2016 ophoudt: wij schreven toen nog over een 4K-monitor en over twee thuisbioscoopprojectoren, en daarna werd het stil. Niet omdat BenQ stopte, maar omdat het merk ophield zich op dit publiek te richten.
Waarom bureau-accessoires dan wél logisch zijn
Vanuit die geschiedenis is INFTYLAB geen wanhoopsdaad maar een stap opzij vanuit de eigen sterkte. Van de drie aangekondigde producten is er één een monitorarm, en dat is letterlijk een monitoraccessoire.
Een merk dat al decennia beeldschermen maakt en bureaulampen verkoopt, kent het bureau als categorie. Muizen en onderleggers erbij zetten is dan een kleine stap. Dat het onder een aparte naam gebeurt, past bovendien bij hoe BenQ het eerder deed met ZOWIE: een eigen merk voor een eigen publiek, zodat de hoofdnaam niet in de weg zit.
Die monitorarm mikt op een reëel Apple-probleem
Van de drie producten is de Studio Arm degene die het duidelijkst een gat vult. De standaard van de Apple Studio Display kun je alleen kantelen; wil je hem in hoogte verstellen, dan betaal je fors bij.
Die standaards zijn bovendien niet zelf verwisselbaar, dus die keuze maak je bij aanschaf. Wie dat destijds niet deed, zit met een scherm op een vaste hoogte. Een arm van een ander merk is dan de oplossing, en dat een fabrikant er een maakt die op de maat en het gewicht van juist die schermen is afgestemd, is nuttig. Overigens zet BenQ er netjes bij dat het product niet van Apple is en er ook geen banden mee heeft.
Wat er in die muis opvalt
Bij de M Mouse springt één getal eruit dat je verkeerd kunt lezen. Over bluetooth haalt hij 125 Hz en bedraad of via de ontvanger tot 1.000 Hz, en dat verschil is groot maar minder belangrijk dan het lijkt.
Die frequentie zegt hoe vaak per seconde de muis zijn positie doorgeeft. Bij 125 Hz is dat acht keer per honderdste seconde, en dat merk je bij tekstverwerken, ontwerpen of browsen niet. Het telt pas bij snelle spellen, en daar is deze muis niet voor. Belangrijker is dat je de instellingen volgens BenQ in de muis zelf opslaat, zodat hij op een andere Mac meteen doet wat je gewend bent, en dat hij ook op glas werkt. Eén beperking: hij is er alleen in een rechtshandige uitvoering.
Wat er nog niet bekend is
Voor een oordeel ontbreekt het belangrijkste. Er staan nog geen prijzen op de eigen Europese webwinkel, en zonder bedrag valt er over accessoires weinig te zeggen.
Dat is bij deze categorie het hele verhaal: een bureauonderlegger en een muis zijn producten waar je op prijs en op gevoel kiest, en waar tientallen merken al zitten. Zolang dat bedrag er niet is, is dit vooral een aankondiging dat BenQ zich weer op consumenten gaat richten. Dat is op zichzelf het interessantste aan dit nieuws, twintig jaar nadat het merk daar in Europa hard op onderuitging.


