Het Amerikaanse SPAN, bekend van slimme meterkasten, brengt samen met Nvidia XFRA op de markt: een rekenkast die bij mensen thuis wordt geplaatst en meedraait in een verdeeld datacenter. In elke kast zitten zestien Nvidia RTX PRO 6000 Blackwell Server Edition-kaarten, aangevuld met AMD Epyc-processors, vloeistofgekoeld in een gesloten kringloop met een warmtepomp.
Eén zo’n knooppunt trekt op vol vermogen ongeveer 12,5 kilowatt. De eerste plaatsingen zijn voor later dit jaar gepland en SPAN mikt op een gigawatt in 2027, met huizenbouwer PulteGroup als partner bij de uitrol.
Online circuleren inmiddels rekenmodellen waarin dit een aantrekkelijke bijverdienste heet. Die modellen komen uit de Verenigde Staten, en er zitten drie Nederlandse en Belgische muren tussen die berekening en jouw meterkast.
Nvidia’s probleem is niet de chip maar de stekker
Begin bij de vraag waarom Nvidia hieraan meedoet, want dat verklaart de rest van het product.
Het tekort in de AI-sector zit al een tijd niet meer bij de productie van chips. Het zit bij de plek om ze neer te zetten. Een datacenter bouwen kan in een paar jaar, maar de hoogspanningsinfrastructuur eromheen kost een decennium, en zonder aansluiting is een rek vol versnellers een dure kast.
Voor Nvidia is elke kaart die nergens ingeplugd kan worden een kaart die niet verkocht wordt. XFRA draait dat om: in plaats van wachten op nieuwe megawatts gebruikt het de capaciteit die al is aangelegd en niet wordt gebruikt. SPAN wijst erop dat een gemiddelde Amerikaanse woning slechts zo’n 42% van zijn toegewezen vermogen benut.
Dat is geen technische doorbraak maar een logistieke. De rekenkracht bestond al, de aansluiting bestond al, en het enige wat ontbrak was iets dat die twee bij elkaar bracht.
Dit lost inferentie op, geen training
Daarom is het antwoord op de vraag of dit het datacentertekort oplost: gedeeltelijk, en het deel doet ertoe.
Een model trainen vraagt om duizenden versnellers die met elkaar praten alsof ze in dezelfde kast zitten. De verbinding tussen die kaarten is dan het knelpunt, en een woonwijk met glasvezel haalt die snelheden bij lange na niet. Training blijft dus in de grote datacenters.
Inferentie, het uitvoeren van een model dat al klaar is, werkt anders. Elke vraag staat op zichzelf, de kaarten hoeven onderling niets af te stemmen en wat telt is de afstand tot de gebruiker. Daar is spreiding geen nadeel maar een voordeel, en dat is precies wat de Nvidia-directie in de aankondiging benadrukt.
Het probleem dat XFRA aanpakt is dus reëel maar afgebakend: het verlicht de druk op de datacenters voor het uitvoeren van modellen, niet voor het bouwen ervan.
Eén gigawatt is tachtigduizend huizen
Het doel voor 2027 klinkt abstract tot je het deelt.
Een gigawatt is een miljoen kilowatt. Bij 12,5 kilowatt per knooppunt heb je er tachtigduizend nodig, en die moeten dus in tachtigduizend huizen of bedrijfspanden staan, allemaal binnen een jaar of twee geplaatst en aangesloten.
Dat is de reden dat er een huizenbouwer aan tafel zit: bij nieuwbouw kan de aansluiting meteen op maat worden aangelegd. Bij bestaande woningen ligt dat een stuk lastiger, en dat brengt ons bij Nederland.
Reken het verbruik om naar een Nederlandse meterkast
Twaalfeneenhalve kilowatt continu is 109.500 kilowattuur per jaar. Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt ongeveer 2.500 kilowattuur, dus zo’n knooppunt gebruikt in zijn eentje evenveel stroom als vierenveertig huishoudens.
Tegen de 28 cent per kilowattuur die een Nederlandse consument nu betaalt, is dat ruim 30.000 euro aan stroom per jaar. Dat bedrag ligt in werkelijkheid iets lager omdat de energiebelasting degressief is en je bij dit volume in veel lagere schijven belandt, maar de orde van grootte blijft tienduizenden euro’s.
Zet dat naast de Amerikaanse situatie. Daar ligt de huishoudelijke stroomprijs op ongeveer de helft, en dat verschil is precies de marge waar dit model op drijft. Wat in Texas een aantrekkelijk aanbod is, is hier een rekening die iemand moet betalen.
Sinds 1 juli staan ook huishoudens op de wachtlijst
Er is een tweede muur, en die is harder dan de eerste.
Een gangbare Nederlandse aansluiting van 3 keer 25 ampère levert 17,25 kilowatt. Een knooppunt van 12,5 kilowatt gebruikt daar bijna driekwart van, permanent, voordat er iemand kookt, laadt of stookt. Veel woningen hebben bovendien een enkelfaseaansluiting van 1 keer 40 ampère, goed voor 9,2 kilowatt, en daar past het simpelweg niet in.
Verzwaren is dan de logische stap, en dat is precies wat sinds 1 juli 2026 niet meer vanzelfsprekend is. Kleinverbruikers krijgen niet langer automatisch capaciteit toegewezen; in gebieden met congestie komen ook huishoudens op één wachtlijst, geordend volgens het prioriteringskader van de ACM. Netbeheer Nederland zegt er zelf bij dat sommige aanvragers snel aan de beurt zijn en anderen meerdere jaren moeten wachten.
Op die wachtlijst staat een commercieel rekenknooppunt niet vooraan. Datacenters gebruiken in Nederland al 4,6% van alle elektriciteit, en dat is nu juist het verbruik waar de discussie over gaat.
In Vlaanderen straft het capaciteitstarief dit direct af
België heeft een ander probleem met hetzelfde effect, en het is makkelijker uit te rekenen.
In Vlaanderen betaal je nettarieven op basis van je maandpiek: het hoogste kwartiergemiddelde van elke maand, over twaalf maanden gemiddeld. In 2026 kost dat ongeveer 53,39 euro per kilowatt per jaar, exclusief btw, met een minimum van 2,5 kilowatt.
Een knooppunt dat continu 12,5 kilowatt trekt, maakt van die piek een vast gegeven. Je gaat dan van het minimum van 2,5 naar minstens 12,5 kilowatt, en dat is ruim 530 euro per jaar extra aan nettarief, voordat er één kilowattuur is afgerekend.
Het capaciteitstarief is bedacht om mensen hun verbruik te laten spreiden. Een apparaat dat per definitie niet te spreiden is, loopt tegen exact de prikkel aan waarvoor dat tarief is ontworpen.
Wat je verdient is geen geld maar een lagere rekening
Dan de rekenmodellen zelf, want daar zit een aanname in die de moeite van het narekenen waard is.
Rond dit product circuleren bedragen tot 22.000 dollar per jaar. Die zijn niet door SPAN bevestigd en gaan uit van maximale besparing plus toekomstige uitbreidingen van het programma. Wat SPAN zelf beschrijft is iets anders: je krijgt de hardware, een premium meterkast, een thuisbatterij, eventueel zonnepanelen, en vaste kortingstarieven voor stroom en internet.
Dat is dus geen omzet maar een lagere energierekening, en in de Amerikaanse berichtgeving wordt de waarde daarvan geschat op 300 tot 500 dollar per maand. Reken dat om naar een Nederlands huishouden dat 2.500 kilowattuur gebruikt: je hele jaarrekening voor stroom is hier grofweg 700 euro. Een gratis energierekening is in Nederland dus veel minder waard dan in een Amerikaanse woning met airconditioning en een elektrische boiler.
Tegelijk moet SPAN hier per knooppunt tienduizenden euro’s aan stroom afdekken in plaats van een paar duizend. De verhouding tussen wat het de aanbieder kost en wat het de bewoner oplevert, staat hier dus twee kanten op verkeerd.
Nederland heeft dit al eens geprobeerd
Het idee zelf is hier niet nieuw, en dat is leerzaam.
Het Delftse Nerdalize plaatste servers als radiator in Nederlandse woningen, met Eneco als partner: je kreeg gratis warmte en het bedrijf verkocht de rekenkracht door. In januari 2019 ging Nerdalize failliet.
Het verschil in schaal is veelzeggend. Zo’n eRadiator zat rond een kilowatt, ongeveer een elektrische kachel. Een XFRA-knooppunt zit op twaalfeneenhalf.
Dat is meer warmte dan een Nederlandse woning kwijt kan. Een goed geïsoleerd huis heeft op de koudste dag zo’n vier tot acht kilowatt nodig en de rest van het jaar veel minder. Twaalfeneenhalve kilowatt restwarmte is in januari te veel en in juli een probleem dat je naar buiten moet zien te krijgen. SPAN lost dat op met een warmtepomp in een gesloten kringloop, maar die kost zelf ook weer stroom.
De Belastingdienst en je verzekeraar hebben er ook een mening over
Stel dat de techniek en het net het toelaten, dan blijven er drie zaken over die in geen enkel rekenmodel staan.
Wat je ontvangt is inkomen. Een structurele vergoeding of een betaalde energierekening is voor de Belastingdienst geen cadeau maar resultaat uit overige werkzaamheden, belast in box 1. Van het bedrag dat in die modellen staat, blijft na belasting dus een stuk minder over.
Daarnaast is er de bestemming van je woning. Een woonbestemming laat een beroep aan huis toe, maar binnen grenzen en zonder overlast voor de buurt. Of een commercieel rekenknooppunt daaronder valt, is geen uitgemaakte zaak en dat verschilt per gemeente.
En dan je verzekering. Opstal- en inboedelpolissen sluiten bedrijfsmatig gebruik doorgaans uit. Gaat er iets mis met een installatie die er commercieel staat, dan is de vraag wie dat dekt geen detail maar de kern.
Waar het in de Lage Landen wel op zou kunnen
Tot slot: het concept is niet onzinnig, het is verkeerd geadresseerd.
De twee dingen die dit in de Verenigde Staten laten werken, goedkope stroom en ruime ongebruikte huisaansluitingen, zijn precies de twee dingen die Nederland en Vlaanderen niet hebben. Bij ons is stroom duur en zit het net vol.
Waar het hier eerder past is bij partijen die die zware aansluiting al hebben liggen en die de warmte het hele jaar kwijt kunnen: glastuinbouw, zwembaden, wasserijen, industriële panden met een warmtevraag. Daar is de aansluiting geen wachtlijst maar een gegeven, en daar is 12,5 kilowatt restwarmte geen last maar een besparing op gas.
Dat is alleen geen bijverdienste meer voor thuis. Dat is een bedrijfsmatige investering, en zo zou je de rekenmodellen die je online tegenkomt ook moeten lezen.


