HP heeft zonder aankondiging een goedkopere uitvoering van de OmniDesk Mini in zijn Amerikaanse webwinkel gezet, met Intels nieuwe instapprocessors uit de Wildcat Lake-reeks. De basisversie heeft een Core 3 304, 8 GB LPDDR5X-geheugen, een SSD van 256 GB en Wi-Fi 6, en kost 799,99 dollar. De duurste uitvoering met een Core 5 320 en 16 GB begint bij 1.099,99 dollar. De behuizing meet 13 bij 13 bij 4,8 centimeter. Er zitten vijf USB-poorten op, waarvan twee Type-C met DisplayPort 2.1, plus netwerk, HDMI en een koptelefoonaansluiting. Het geheugen is vastgesoldeerd en niet uit te breiden; wel zijn er twee M.2-sleuven die elk een SSD tot 8 TB aankunnen. Het gaat om een goedkopere variant van het model dat HP op CES 2026 toonde met Core Ultra-processors.
Wat er in Nederland staat, is een ander apparaat
Voor wie dit leest en naar de Nederlandse HP-winkel gaat, wacht een verrassing. Daar staat wel een OmniDesk Mini, maar niet deze.
Het Nederlandse model kost €1.799 en heeft een Core Ultra 7 356H met zestien kernen, 16 GB geheugen, een SSD van 1 TB, twee Thunderbolt 4-poorten, Wi-Fi 7 en Bluetooth 6.0. Dezelfde behuizing van 13 bij 13 bij 4,8 centimeter, hetzelfde gewicht van 470 gram, dezelfde productnaam. De Amerikaanse instapversie komt omgerekend op ongeveer €838 inclusief btw; het verschil met wat hier in het schap ligt is dus rond de duizend euro. Dat is geen prijsverschil tussen landen maar een verschil tussen twee compleet andere computers onder één naam. Behoorlijk verwarrend voor de consument. Zeker vanuit een merk dat zich al jaren op vertrouwen en kwaliteit richt. Want je kunt er echt een stuk minder mee.
Wat Wildcat Lake is
De nieuwe chips verdienen uitleg, want de naamgeving verbergt hoe klein ze zijn. De Core 3 304 heeft vijf kernen en vijf threads: één snelle kern en vier zuinige.
De Core 5 320 komt op zes kernen uit, met twee snelle kernen. Beide draaien binnen een verbruik van 15 watt, met 35 watt als piek. Wat technisch opvalt, is dat Intel deze budgetchips op zijn eigen nieuwste productieproces maakt, 18A, waar de duurdere Panther Lake-chips ook vandaan komen. Het geheugen loopt over één kanaal in plaats van twee, met een cache van 4 MB ervoor om dat op te vangen. Intel richt de reeks expliciet op studenten, kleine bedrijven en apparatuur die vijf jaar mee moet.
De instapchip heeft geen AI-eenheid
Hier zit een tegenstelling met hoe HP deze productlijn zelf verkoopt. De Core 3 304 heeft helemaal geen NPU, de rekeneenheid voor AI-taken; de Core 5 320 haalt er zestien biljoen bewerkingen per seconde uit.
Microsoft hanteert voor het label Copilot+ een ondergrens van veertig. Geen van beide chips komt daar dus bij in de buurt, terwijl HP de OmniDesk-familie op zijn Nederlandse site aanprijst als AI-pc’s en Copilot-desktops. Voor de Core Ultra-modellen klopt dat; voor deze twee niet. Dat is precies het soort verwarring dat ontstaat als een fabrikant twee prestatieniveaus onder dezelfde productnaam hangt, en het is bij aanschaf een concreet verschil: functies die Windows aan de NPU overlaat, draaien op deze machines op de processor of helemaal niet.
Acht gigabyte in 2026
Het getal dat er in de basisconfiguratie uitspringt, is het werkgeheugen. 8 GB is voor een computer van achthonderd dollar in 2026 weinig.
Erger is dat het vastzit: het geheugen zit op de plaat gesoldeerd en is niet te vervangen of bij te plaatsen. Ondertussen zitten er twee M.2-sleuven in die elk een SSD van 8 TB aankunnen. Je kunt dus zestien terabyte opslag in een machine stoppen die acht gigabyte geheugen heeft en dat nooit meer krijgt. Voor wie de computer vijf jaar wil gebruiken, precies de gebruiksduur waar Intel deze chips op richt, is dat de beslissende beperking. De stap naar 16 GB kost driehonderd dollar, en dan komt er ook een andere processor mee.
Er zit geen Thunderbolt op
In de poortenlijst ontbreekt iets wat je bij een mini-pc van dit formaat verwacht. Alle USB-aansluitingen zijn van het type 3.2 Gen 2, goed voor 10 gigabit per seconde.
Twee daarvan geven ook beeld door via DisplayPort 2.1, wat prima is voor monitoren. Maar Thunderbolt zit er niet op, en dat merk je zodra je een externe schijf op volle snelheid wilt gebruiken, een dockingstation wilt aansluiten of een externe videokaart overweegt. Het Nederlandse Core Ultra-model heeft er twee. Ook de draadloze verbinding is een generatie achter: Wi-Fi 6 in de basis en Wi-Fi 6E als optie, terwijl Wi-Fi 7 inmiddels de standaard is en in het duurdere model wel zit.
Tegenover de Mac mini valt het anders uit dan vorig jaar
De vergelijking met Apple ligt voor de hand, en die is dit jaar veranderd. De Mac mini met M6 kost in Nederland €1.069 met 16 GB geheugen en 256 GB opslag, en is daarmee €350 duurder dan zijn voorganger.
Zet je dat naast de omgerekende €838 van de HP-instapper, dan betaal je bij Apple ruim tweehonderd euro meer, maar krijg je het dubbele geheugen, drie Thunderbolt 4-poorten en een processor uit een heel andere klasse. Bij de HP-uitvoering met 16 GB, omgerekend zo’n €1.152, draait de vergelijking helemaal om: die is duurder dan de Mac mini en langzamer. Qua formaat ontlopen ze elkaar niets: 811 tegen 806 kubieke centimeter.
Dat beide duurder werden, heeft dezelfde oorzaak
Dat Apple er in één generatie €350 bij deed en dat HP een instapmodel met 8 GB in de markt zet, is geen toeval. De prijzen van geheugen en flashopslag zijn dit jaar hard opgelopen doordat fabrikanten hun capaciteit verschuiven naar geheugen voor AI-datacenters.
Dat raakt iedereen die complete computers bouwt, en het verklaart waarom een fabrikant in 2026 nog een machine met 8 GB uitbrengt: dat is de knop waar hij aan kan draaien om onder een prijsdrempel te blijven. Wij schreven eerder over een gaming-pc van Lenovo die om precies dezelfde reden 37% boven zijn geplande adviesprijs uitkwam. Reken erop dat dit dit najaar bij meer kant-en-klare systemen zichtbaar wordt.
Voor wie zo’n machine wél logisch is
Er is een gebruiksscenario waarin deze specificaties helemaal niet tegenvallen, en dat is waar Intel de chips ook voor bedoelt. Een computer die op een balie staat, een scherm in een winkel aanstuurt of op een school de browser en Office draait, heeft geen Thunderbolt en geen NPU nodig.
Voor zulke plekken tellen andere dingen: 470 gram en een liter volume, laag verbruik, en twee M.2-sleuven zodat je de opslag kunt aanpassen aan wat je nodig hebt. Het punt is dat HP dit apparaat naast de Mac mini positioneert, en dat is precies de vergelijking waarin het slecht afsteekt. Als naamloze werkpaard op een bureau van een medewerker is het een ander verhaal.
Waar je op let
Drie dingen als je dit in Nederland overweegt. De Wildcat Lake-versie staat hier nog niet in de winkel, dus kijk goed welk model je voor je hebt; het typenummer verschilt en de productnaam niet.
Controleer bij elke uitvoering hoeveel geheugen erin zit, want dat is het enige onderdeel dat je later niet kunt aanpassen, en de opslag juist wel. En bedenk waarvoor de machine bedoeld is: voor video bewerken, foto’s ontwikkelen of draaien van AI-modellen zijn deze chips niet gemaakt. Voor browsen, tekstverwerken, videobellen en een paar dozijn tabbladen tegelijk zijn ze dat wel, mits je niet op 8 GB blijft steken.


