Lenovo brengt de LOQ Tower 17IRH11 internationaal op de markt, een compacte gaming-pc met een behuizing van 17 liter, Intel-processors en Nvidia RTX-videokaarten. Het toestel meet 376 bij 280 bij 170 millimeter, weegt 8,2 kilo en is alleen in het zwart leverbaar. Lenovo mikte op een adviesprijs van 999 euro, maar in de eurozone staan de eerste modellen voor 1.369 tot 1.499 euro in de winkel. De machine verschijnt bovendien twee maanden eerder dan gepland. Op papier gaat het om een systeem met tot een RTX 5060 Ti, tot 32 GB DDR5-5200 en tot 1,5 TB opslag.
Dat prijsgat is geen toeval
Een verschil van 370 tot 500 euro met de eigen adviesprijs is te groot om aan wisselkoersen te wijten. De verklaring ligt bij twee onderdelen die in elke pc zitten: werkgeheugen en opslag.
De prijzen van DDR5-geheugen en NAND-flash zijn dit jaar hard opgelopen doordat fabrikanten hun productiecapaciteit verschuiven naar geheugen voor AI-datacenters. Dat raakt elke fabrikant die een complete pc in elkaar zet, en die stijging komt bovenop een prijs die maanden eerder werd vastgesteld. Wij schreven eerder dat nieuwe geheugentechniek die prijzen voorlopig niet omlaag gaat brengen. Reken er dus op dat dit bij meer complete systemen dit najaar zichtbaar wordt.
“Tot een RTX 5060 Ti” verbergt wat er in het instapmodel zit
De aankondiging noemt de snelste videokaart uit de reeks, en dat is niet de kaart die je voor die 1.369 euro krijgt. Het basismodel komt met een RTX 3050 met 6 GB videogeheugen.
Dat is een kaart uit een generatie die inmiddels twee stappen achterloopt, met minder videogeheugen dan de 8 GB die veel recente spellen op hoge instellingen vragen. Wie de RTX 5060 Ti wil, betaalt in het Verenigd Koninkrijk 290 pond bovenop de basisprijs van 1.170 pond. Dat is dus geen detail in de configuratie maar het verschil tussen twee heel verschillende machines onder dezelfde productnaam.
Er zit een laptopprocessor in deze toren
Het opvallendste aan dit systeem staat niet in de aankondiging. De Core 5 205H en de Core 7 230H zijn mobiele processors, bedoeld voor laptops.
De Core 5 205H heeft acht kernen, vier snelle en vier zuinige, twaalf threads en een kloksnelheid tot 4,8 GHz binnen een verbruik van 45 watt. Het is een Raptor Lake-H Refresh-chip die in juni van dit jaar werd geïntroduceerd. Zo’n chip zit vastgesoldeerd op de moederplaat, terwijl er in een behuizing van 17 liter ruimte genoeg is voor een socket met een desktopprocessor. Wij bespraken eerder een mini-pc die juist wél een echte desktopchip in een voetje had zitten, en dat is het verschil dat over vier jaar telt.
Wat dat praktisch betekent
Een gesoldeerde processor is geen ramp, maar hij sluit één upgradepad af. Je kunt later geheugen en opslag bijplaatsen en de videokaart vervangen; de processor niet.
Daar staat tegenover dat een 45 wattchip minder warmte produceert, wat in een compacte kast met beperkte luchtstroom een reëel voordeel is. Voor spellen is de videokaart bovendien vrijwel altijd de bepalende factor, niet de processor. De kritiek zit dus niet in de prestaties van vandaag maar in wat je over drie of vier jaar nog met de machine kunt. Wie een pc koopt om hem in stappen mee te laten groeien, koopt hier een systeem waarvan het hart vaststaat.
Waar de bekende Intel-problemen niet spelen
Bij Intel-processors van de dertiende en veertiende generatie ligt de instabiliteitskwestie nog vers in het geheugen, en het is eerlijk om te zeggen dat die hier niet van toepassing is. Dat probleem trof desktopchips van 65 watt en hoger.
De H-serie voor laptops viel daarbuiten, en dat geldt dus ook voor de chips in deze toren. Wie op dat punt twijfelt, kan die zorg hier laten liggen. Het zijn andere onderdelen die deze aankoop de moeite van het nadenken waard maken.
De opties kosten meer dan ze los kosten
De Britse prijslijst laat zien waar de marge zit. Bovenop 1.170 pond vraagt Lenovo 290 pond voor de RTX 5060 Ti met 8 GB, 210 pond voor een tweede SSD van 512 GB en 280 pond voor 32 GB werkgeheugen.
Dat zijn bedragen die ruim boven de losse winkelprijs van die onderdelen liggen, ook met de huidige geheugenprijzen erbij. Bij een systeem waarin geheugen en opslag wél uitwisselbaar zijn, is de rekensom dus eenvoudig: neem de kleinste configuratie en breid zelf uit. Alleen bij de videokaart is dat lastiger, omdat je die dan met verlies moet doorverkopen.
Voor wie dit systeem bedoeld is
De LOQ-lijn zit onder Legion, de duurdere gamingreeks van Lenovo, en dat is precies de positie die deze machine inneemt. Het is een kant-en-klare pc met garantie voor iemand die niet zelf wil bouwen.
Daar zit een reële waarde in: één aanspreekpunt bij problemen, een netvoeding die past en een kast waar alles in ligt zoals het hoort. Wie wel zelf schroeft, komt bij deze bedragen aan een systeem met een socketprocessor en een snellere videokaart. Het verschil tussen die twee groepen is de laatste maanden alleen wel duurder geworden, want de onderdelen die je zelf koopt zijn net zo hard in prijs gestegen.
Waar je op let voordat je bestelt
Drie dingen bepalen of je voor dit geld genoeg krijgt. Kijk allereerst welke videokaart er daadwerkelijk in de aangeboden configuratie zit, want de aanduiding “tot” zegt niets over het model in je winkelmandje.
Controleer vervolgens hoeveel geheugen erin zit en of beide sleuven bezet zijn, want twee reepjes van 8 GB werken merkbaar sneller dan één van 16 GB. En vraag na wat het vermogen van de netvoeding is voordat je later een zwaardere videokaart overweegt, want in een compacte kast is dat vaak het onderdeel dat je upgrade tegenhoudt. Verschijnt er de komende maanden een variant met een desktopprocessor, dan is die voor de langere termijn de betere koop.


