AdvertentieAdvertentie

Twee COM-poorten verraden waar deze mini-pc voor is

Acemagic G3A-minipc

De Acemagic G3A ligt inmiddels in de winkel. Het is een mini-pc van 3,5 liter met een Intel Core i9-13900F, een desktopprocessor met 24 kernen, en een Nvidia RTX 2000 Ada als videokaart. Er zit 32 GB DDR5-5600 in, uit te breiden tot 96 GB via twee SODIMM-sleuven, plus een NVMe-schijf van 1 TB en ruimte voor twee extra M.2-schijven. Aan aansluitingen zijn er zes USB-poorten, twee netwerkpoorten van 1 en 2,5 gigabit, HDMI 2.0, DisplayPort 1.4, vier DisplayPort-uitgangen op de videokaart en twee seriële COM-poorten. Acemagic vraagt op de eigen Amerikaanse site 1.999 dollar, met een adviesprijs van 2.799 dollar. De garantie is twee jaar.

Die twee COM-poorten zijn het interessantste detail

In een lijst met moderne aansluitingen staat iets dat er niet hoort, en dat vertelt je precies waar dit apparaat voor is gemaakt. Een COM-poort is een seriële aansluiting die dateert uit de jaren tachtig en die je op geen enkele consumenten-pc meer vindt.

Je komt hem tegen in kassasystemen, meetapparatuur, laboratoriumopstellingen, reclameschermen en machinebesturing, waar apparatuur staat die twintig jaar meegaat en die nooit iets anders heeft gesproken. Zet je die twee poorten naast de twee netwerkaansluitingen en de zes beeldschermuitgangen, dan wordt het beeld compleet: dit is een industriële machine die als mini-pc wordt verkocht. Dat verklaart ook meteen de rest van de keuzes.

Daarom zit er een werkstationkaart in en geen gamingkaart

De RTX 2000 Ada is in ruwe prestaties vergelijkbaar met een RTX 3060, en dat klinkt bij deze prijs mager. Alleen koop je die kaart niet om zijn snelheid.

Het gaat om 16 GB geheugen met foutcorrectie, een verbruik van slechts 70 watt en vier mini-DisplayPort-uitgangen, plus stuurprogramma’s die door Autodesk, Siemens, Dassault en anderen zijn goedgekeurd. Voor een bedrijf dat aansprakelijk is voor wat er uit zijn ontwerpsoftware komt, is die goedkeuring het hele punt. Voor thuisgebruik betaal je daar fors voor zonder er iets aan te hebben.

Overigens is het wél de desktopversie

Er bestaat onduidelijkheid over de vraag welke uitvoering van deze videochip erin zit, en dat is te beantwoorden. Acemagic geeft zelf 16 GB GDDR6 op, en dat is het kenmerk van de desktopkaart; de laptopversie heeft er 8.

Dat is goed nieuws, want die 16 GB is voor grote modellen in ontwerpsoftware belangrijker dan snelheid. Let wel op één getal op diezelfde pagina: Acemagic noemt 191,9 TFLOPS, en dat is niet de grafische rekenkracht maar de waarde voor AI-berekeningen in een zuinig getalformaat. In gewone graphics zit deze kaart rond de 12 TFLOPS. Dat scheelt een factor zestien.

De voeding is hier het echte knelpunt

Hier zit een rekensom die niemand maakt en die bepaalt wat je in de praktijk krijgt. Acemagic levert een adapter van 20 volt en 11,5 ampère, en dat is 230 watt voor de hele machine.

De videokaart neemt daarvan 70 watt. Blijft er 160 watt over voor alles bij elkaar: de processor, de schijven, het geheugen, de ventilators en het verlies in de voeding. De Core i9-13900F heeft weliswaar een basisverbruik van 65 watt, maar mag in korte pieken tot boven de 200 watt gaan, en dat kan hier dus niet. Verwacht dus geen 24 kernen op volle snelheid terwijl de videokaart ook werkt. Voor het werk waar dit apparaat voor bedoeld is, is dat geen probleem; voor wie hoopt op een compacte krachtpatser wel.

Die processor heeft een geschiedenis die je moet kennen

Dit is het punt waarop je bij een uitgave van ruim tweeduizend euro even stil moet staan. De i9-13900F komt uit Intels dertiende generatie, en die generatie heeft een bekend probleem gehad.

Intel bevestigde dat een fout in de aansturing te hoge spanning vroeg tijdens rust en lichte belasting, waardoor chips onherstelbaar konden degraderen. Het raakte alle dertiende- en veertiende-generatiemodellen vanaf 65 watt basisverbruik, waar deze processor onder valt. Intel loste het op met een microcode-update, die je via een BIOS-update binnenkrijgt, en verlengde de garantie op losse processoren met twee jaar. Bij een kant-en-klare mini-pc heb je die losse garantie niet en ben je afhankelijk van Acemagic voor het uitbrengen van die BIOS. Dat is de vraag die je stelt vóór je bestelt: welke microcodeversie zit erin.

En dan is er de voorgeschiedenis van het merk zelf

Bij Acemagic hoort een tweede kanttekening die eerlijk gezegd zwaarder weegt dan de specificaties. In 2024 bleek dat mini-pc’s van dit merk met vooraf geïnstalleerde malware werden geleverd.

Het ging om wachtwoorddieven die in de Windows-installatie zaten, en zelfs in het herstelbestand, waardoor ze een fabrieksherstel overleefden. Acemagic bevestigde het, wees op een fout bij het uitbesteden van de Windows-image en stelde dat latere zendingen schoon waren. Er kwam geen terugroepactie. Dat is bijna drie jaar geleden en het merk verkoopt sindsdien gewoon door, maar het is wel de reden om bij dit merk een eigen, schone Windows-installatie te overwegen in plaats van de meegeleverde. Bij een machine van tweeduizend euro is dat een uur werk dat je zou moeten maken.

Wat het hier gaat kosten

De bedragen zijn in dollars en exclusief Amerikaanse verkoopbelasting. Tegen de referentiekoers komt 1.999 dollar uit op ongeveer 1.730 euro exclusief belasting, en daarmee op zo’n 2.095 euro inclusief 21% btw.

De adviesprijs van 2.799 dollar komt neer op ongeveer 2.930 euro inclusief btw. Let bij zo’n verschil op wat die adviesprijs waard is: een bedrag dat permanent doorgestreept in de winkel staat, is geen referentie maar een verkooptechniek. Bestel je bovendien buiten de EU, dan komen invoer-btw en inklaringskosten er nog bij, en verlies je in de praktijk je gemak bij garantie. Koop dit soort apparatuur dus bij een Europese verkoper, want dan geldt gewoon je wettelijke conformiteit en hoef je niets naar China te sturen.

Voor wie dit wél verstandig is

Er is een groep voor wie dit apparaat precies klopt, en dat is niet de thuisgebruiker. Werk je in ontwerpsoftware die om gecertificeerde stuurprogramma’s vraagt, of moet er een machine achter een scherm of in een meterkast waar geen toren past, dan is 3,5 liter met deze aansluitingen een reële oplossing.

Zoek je prestaties per euro, dan koop je voor dit bedrag een gewone toren met veel meer rekenkracht. Dat is dezelfde afweging die wij eerder maakten bij een mini-pc die zogenaamd een RTX 5090 had en bij een Minisforum die uiteindelijk zonder die 96 GB kwam. In deze hoek van de markt zit het verschil zelden in het grootste getal op de doos, maar in de vraag waar het apparaat moet staan en wat er in moet passen.

WhatsAppXLinkedInInstapaperE-mail
AdvertentieAdvertentie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

AdvertentieAdvertentie
Volg GadgetGear

Nieuwe artikelen automatisch in je browser of feedlezer:

  • Mastodon / Fediverse: zoek @gadgetgear.nl@gadgetgear.nl in je app en volg — elk artikel verschijnt in je tijdlijn.
  • Opera: zijbalk → Persoonlijk nieuws → Mijn bronnen → Voeg bronnen toe → plak de link.
  • Vivaldi: Instellingen → Feeds → feed toevoegen → plak de link.
  • Direct volgen in Feedly of Inoreader, of gebruik de link in elke andere feedlezer.

Het laatste nieuws