De Verenigde Staten voeren importheffingen in op drones. Volgens het Witte Huis geldt 100% voor toestellen die meer dan 25 kilo wegen of een warmtebeeldcamera hebben, en 25% voor de rest. Ook onderdelen als motoren en accu’s vallen eronder. De zwaarste heffing gaat over 21 dagen in, de lichtere pas over 180 dagen.
Anders dan bij de eerdere maatregelen tegen Chinese fabrikanten gaat het hier niet om één land. De EU komt er met 15% relatief goed vanaf, samen met Japan, Zuid-Korea, Zwitserland, Liechtenstein en Taiwan; het Verenigd Koninkrijk zit op 10%. Maar aan dat lagere tarief hangt een voorwaarde, en die is het interessantste deel van dit besluit.
Die 15% is voorwaardelijk, en de voorwaarde is bijna onhaalbaar
Om als Europese fabrikant op 15% uit te komen, moet nagenoeg alle hardware, software en technologie uit Europa of de Verenigde Staten komen. Dat klinkt redelijk tot je kijkt waar de onderdelen van een drone vandaan komen.
China maakt ongeveer 90% van de magneten die in dronemotoren zitten, en volgens een schatting van Goldman Sachs 98% van alle zeldzame-aardmagneten wereldwijd. Bij accu’s is het beeld nog scherper: circa 99% van de lithium-ioncellen die in consumenten- en bedrijfsdrones gaan, komt uit China.
Een Franse of Duitse drone met Europese software, een Europees ontworpen vluchtsysteem en een Europese behuizing heeft dus nog altijd Chinese magneten in de motoren en Chinese cellen in het accupak. Voor veel Europese makers is dat lagere tarief daarmee een getal op papier.
De heffing raakt ook wie hem zou moeten helpen
Hier zit de weeffout in het beleid. De heffingen gelden niet alleen voor complete drones maar ook voor kritieke onderdelen.
Dat betekent dat een Amerikaanse fabrikant die zijn drones in eigen land in elkaar zet, maar zijn motoren en accu’s uit China haalt, straks meer betaalt voor precies die onderdelen. De maatregel die de binnenlandse productie moet aanjagen, maakt die productie op korte termijn dus duurder.
Het Amerikaanse leger liet dat vorig jaar zelf zien: er kwam een eigen montagelijn voor dronemotoren, maar de magneten in die motoren kwamen nog steeds uit China. Je kunt de assemblage verplaatsen zonder dat er iets aan de herkomst van het materiaal verandert.
De rekensom in jaren
De vraag is dan hoe lang het duurt voordat die afhankelijkheid werkelijk kleiner wordt. Daar zijn cijfers voor, en ze zijn niet bemoedigend voor wie snel resultaat wil.
Een nieuwe verwerkingsfabriek voor zeldzame aarden bouwen kost drie tot vijf jaar, een accufabriek twee tot vier. De Amerikaanse partijen die er nu op inzetten, mikken op ongeveer duizend ton per jaar en op termijn tienduizend ton, terwijl de wereldwijde behoefte in de tienduizenden tonnen loopt.
Met andere woorden: deze heffing verandert vandaag de prijs, niet de keten. Wie hoopt dat er over twee jaar een Amerikaans alternatief voor DJI op de plank ligt, rekent zich rijk.
De warmtecamera is het vreemdste criterium
Van alle grenzen in dit besluit is die warmtebeeldcamera de opvallendste, want hij staat los van gewicht.
Een drone van 25 kilo is beroepsmateriaal. Een drone met een warmtecamera is dat lang niet altijd: die wordt gebruikt om daken en zonnepanelen te inspecteren, om lekkages in isolatie te vinden, door brandweerkorpsen om te zien waar een brand doorloopt, en bij het zoeken naar vermiste personen. Zulke toestellen wegen vaak minder dan een kilo.
Die vallen nu in dezelfde categorie als de zwaarste machines, met 100% erbovenop. In de praktijk raakt dat vooral Amerikaanse hulpdiensten en inspectiebedrijven, die een instrument van tweeduizend dollar ineens voor het dubbele moeten inkopen. De redenering is dat een warmtecamera gevoelige beelden oplevert, en dat is niet onzinnig, maar het gevolg is dat je een gereedschap duurder maakt dat vooral wordt gebruikt om mensen en gebouwen veilig te houden.
Wat dit voor Europa betekent
Op papier ligt hier een kans. De Europese Unie wil in 2035 zestig procent van de defensie-uitgaven binnen Europa besteden, tegen ongeveer 28% nu voor dronegerelateerde aankopen. Rabobank rekende uit dat Nederland in dat scenario zo’n 3,4% van de toegevoegde waarde kan pakken, met Duitsland, Frankrijk en Italië als grootste profiteurs.
De hindernis is dezelfde als bij de Amerikanen. Ruim 80% van de verwerking van zeldzame aardmetalen zit in China, en dat verplaats je niet met een tarief. Europese fabrikanten die nu de Amerikaanse markt in willen, lopen dus tegen dezelfde herkomsteis aan waar hun eigen toeleveranciers niet aan voldoen.
Merk jij hier iets van?
Direct niet. Amerikaanse importheffingen gelden niet in Nederland, dus de drone die je hier koopt wordt hier niet duurder van.
Indirect zijn er twee effecten die de moeite van het volgen waard zijn. Het budget waarmee DJI zijn volgende generatie ontwikkelt, komt uit wereldwijde verkoop, en de Verenigde Staten zijn daarin een grote markt. Wordt die kleiner, dan merk je dat op termijn aan het tempo waarin er nieuwe modellen komen. Daar staat tegenover dat voorraad die voor Amerika bestemd was ergens anders naartoe moet, en dat kan hier juist tot betere beschikbaarheid en scherpere prijzen leiden.
Overweeg je een drone met warmtebeeld voor werk, dan is dat de categorie om in de gaten te houden. Die apparaten zijn wereldwijd al schaars en duur, en een markt waarin de grootste afnemer er het dubbele voor betaalt, is geen markt waarin de prijs elders daalt.