OpenAI-topman Sam Altman vindt het geen goed idee dat iedereen veel werkgeheugen in zijn eigen computer heeft. “Het is eigenlijk behoorlijk verschrikkelijk dat iedereen een deel van de beperkte wereldvoorraad DRAM in zijn eigen computer heeft zitten”, zei hij in de podcast Cheeky Pint, meldt Tom’s Hardware. “Je wilt maximale benutting in de cloud.” Altman had het daarbij over lokale AI, AI-modellen die je op je eigen computer draait in plaats van via een dienst als ChatGPT. Volgens hem is de intuïtie van veel mensen hierover precies verkeerd om.
Het argument van Altman
Het argument is in de kern een rekensom. Geheugen in een pc wordt het grootste deel van de dag niet of nauwelijks gebruikt voor AI. Volgens Altman wordt het maar een klein deel van de tijd echt benut. Hetzelfde geheugen in een datacenter kan dag en nacht werken, voor veel gebruikers tegelijk. Als er een tekort is, levert elke chip in een datacenter dus meer rekenwerk op dan in een laptop op je bureau. Dat tekort is echt. Geheugenfabrikanten geven voorrang aan AI-datacenters, en dat merken consumenten. Canon waarschuwde deze week dat camera’s volgend jaar duurder worden door hogere geheugenkosten. Intel ziet de pc-verkoop dalen omdat computers duurder worden door het geheugentekort. Wie veel geheugen wil, betaalt daar flink voor, zoals bij het nieuwe Minisforum-werkstation met 192 GB.
Het belang van OpenAI
Altman spreekt niet als buitenstaander. OpenAI is een van de grootste kopers van geheugen ter wereld. In oktober 2025 tekende het bedrijf intentieverklaringen met Samsung en SK Hynix voor geheugen voor Stargate, het AI-datacenterproject van OpenAI, Oracle en SoftBank. Volgens SK Group gaat het om meer dan het dubbele van de toenmalige wereldwijde productiecapaciteit voor zogeheten HBM-geheugen, meldde TechCrunch. Hoe minder geheugen er naar pc’s en laptops gaat, hoe meer er overblijft voor datacenters, en hoe meer klanten afhankelijk zijn van AI-diensten in de cloud. Dat is precies het verdienmodel van OpenAI. Het bedrijf biedt een paar open modellen aan die je zelf kunt draaien, maar verdient vooral aan abonnementen en zakelijke toegang tot zijn modellen in de cloud. Dat belang heeft OpenAI overigens niet alleen. Ook andere aanbieders van AI in de cloud, zoals Google en Anthropic, verdienen aan gebruikers die hun AI via een datacenter gebruiken.
De keerzijde: afhankelijk van andermans cloud
Wat Altman niet noemt, is wat je opgeeft als je rekenkracht uit handen geeft. Draait je AI in de cloud, dan ben je afhankelijk van de beschikbaarheid van die dienst. Valt die uit, dan valt ook je werk stil. De aanbieder bepaalt de prijs, de gebruikslimieten en welke modellen je mag gebruiken, en kan die op elk moment veranderen. Je gegevens gaan naar de servers van een ander bedrijf, vaak buiten Europa. Voor bedrijven speelt bovendien de vraag of ze kunnen overstappen naar een andere aanbieder als dat nodig is. Lokale AI is daarom voor veel bedrijven juist interessant: gevoelige gegevens blijven in huis, het werkt ook zonder internet en de kosten liggen vast. Daarbij gebruiken mensen het geheugen in hun computer niet alleen voor AI, maar ook voor games, foto- en videobewerking en gewoon multitasken. Dat valt buiten de rekensom van Altman.
Waar je rekening mee moet houden: Altman deed een uitspraak in een podcast, het is geen beleid en geen plan. Of meer geheugen naar datacenters gaat, beslissen fabrikanten als Samsung, SK Hynix en Micron, op basis van wie het meest betaalt. Voor consumenten betekent het tekort voorlopig vooral hogere prijzen voor pc’s, laptops en andere elektronica met veel geheugen. Twijfel je over een nieuwe computer, kijk dan kritisch hoeveel geheugen je echt nodig hebt, ook voor de komende jaren.


