De grote Amerikaanse AI-bedrijven geven het steeds openlijker toe: een AI-dienst draaien is duur. “De kosten van Grok Bot waren onhoudbaar hoog in verhouding tot de omzet”, schreef Elon Musk op 2 november op X, meldt Forbes. Dat was een reactie op klachten van gebruikers die snel door hun limiet heen waren. Twee weken eerder zei Musk nog dat hij “nog nooit iets zo snel had zien groeien”. Volgens SpaceX had Grok Bot begin oktober 800.000 betalende gebruikers per week. Of de limieten zijn verlaagd, zei Musk niet.
Ook andere aanbieders sleutelen aan hun abonnementen. OpenAI voegt vanaf december de limieten van ChatGPT en programmeerhulp Codex samen tot één tegoed in tokens, en beperkt het aantal betaalde accounts per apparaat en per betaalkaart, meldt BigGo. Anthropic, de maker van Claude, hernoemde zijn duurste abonnement naar Ultra en schrapte daarvoor de limiet per vijf uur, na verificatie van het account. De wekelijkse limieten bleven volgens Anthropic gelijk. 10x in plaats van 20x. Verwarrend, maar waar. De 20x waarmee Anthropic altijd communiceerde, gold voor het 5-uurslimiet. Het weeklimiet was slechts 10x het gewone Max. Dat kon je alleen terugvinden in de kleine lettertjes. Microsoft haalt op 1 december zijn AI-assistent Copilot van LG’s smart-tv’s en richt Copilot meer op werk en productiviteit.
Miljarden aan datacenters
Achter die aanpassingen zitten enorme bedragen. Amazon gaf in het derde kwartaal zo’n $77 miljard uit aan onder meer datacenters, meer dan twee keer zoveel als een jaar eerder. Over de afgelopen twaalf maanden ging er daardoor ruim $42 miljard meer geld uit dan er binnenkwam, meldt Yahoo Finance. Ook Alphabet en Meta gaven het afgelopen kwartaal meer uit dan ze binnenkregen. Tegelijk worden de onderdelen schaars. Intel spreekt van “een van de grootste aanbodtekorten in de geschiedenis” en geeft serverchips voorrang, en geheugenchips worden duurder. Elke vraag aan een AI-model kost rekenkracht, en die rekenkracht wordt dus niet snel goedkoper.
China praat er wel over, maar concurreert op prijs
Het beeld dat Chinese AI-bedrijven niet over kosten praten, klopt niet helemaal. Ze praten er wel over, maar ze reageren anders. Bankier Macquarie verwacht volgens de South China Morning Post dat beursgenoteerde Chinese AI-bedrijven als Z.ai en MiniMax tot 2030 verlies blijven maken. Het tekort aan rekenkracht in China is volgens de bank twee tot drie keer zo groot als wereldwijd, onder meer door Amerikaanse exportbeperkingen op chips van Nvidia. Toch verlagen Chinese aanbieders hun prijzen in plaats van ze te verhogen. Alibaba en ByteDance verlaagden hun prijzen voor ontwikkelaars dit jaar met tot 80%, waarna Baidu en Tencent volgden, schrijft Credence Wire. Analisten van CICC wijten dat aan een overschot aan rekencentra, gebouwd met steun van de overheid.

Daarnaast spelen techniek en strategie mee. DeepSeek gebruikt modellen waarbij per woord maar een klein deel van het netwerk actief is, wat rekenkracht bespaart. Veel Chinese modellen zijn open, zodat iedereen ze zelf kan draaien. Volgens een analyse van New Market Pitch is er wel steun van de overheid voor rekencentra en eigen chips, maar is er “geen overtuigend openbaar bewijs” dat subsidies de lage prijzen grotendeels verklaren. Alibaba en ByteDance verdienen bovendien aan andere clouddiensten die klanten bij hen afnemen. Zo maakt de goedkope AI de rest van het pakket aantrekkelijker.
Dat klinkt misschien raar, maar het is geen ongewone strategie. Een goed eerder voorbeeld hiervan is het Nederlandse TomTom. Dat bedrijf verdiende aan de verkoop van navigatiekastjes in de auto en aan abonnementen voor kaartupdates en andere contentservices over de kaarten heen. Google introduceerde Google Maps en gratis navigatie op de non-stop bijgewerkte kaarten. Hardware was niet het verdienmodel, want je gebruikte jouw gewone telefoon en later het scherm in de auto. Kaartupdates waren ook niet het verdienmodel. Jouw tussenstops. Want Google verkocht advertenties op basis van jouw bestemmingen en stops. Voor de consument voelde het aan als gratis vs. betaald. En datzelfde zien we nu met de Chinese modellen. Bijna gratis, of lokaal helemaal gratis, vs betaald.
Iets anders dat we niet moeten vergeten, is dat de Chinese markt steeds verder afstapt van Amerikaanse diensten. Natuurlijk was er al de Chinese muur om het internet heen. Amerikaanse sociale media werden geweerd. Maar lang waren producten als de iPhone mega populair als statussymbool. Net als Europese auto’s. Echter staat China voor bijna ongeremde innovatie en snelheid van ontwikkeling. En voelt de markt steeds vaker ook de nadelen van handelsovereenkomsten met Europa en Amerika. Hierdoor is de markt steeds meer loyaal aan eigen producten en diensten. Dat voelt noodgedwongen, maar kwalitatief is het eigenlijk geen beperking meer. En de interne markt is gigantisch. Kijk naar merken als Huawei die in de 00’s op eigen kracht groeiden tot wereldspelers qua omzet en verkoopaantallen, zonder veel buiten de Chinese markt te doen.
Hetzelfde recept als bij smartphones
Dat recept is bekend. Xiaomi beloofde in 2018, vlak voor zijn beursgang, dat het nooit meer dan 5% nettowinst zou maken op zijn hardware, meldt Mobile World Live. Volgens Bloomberg rekende Xiaomi erop dat het geld zou verdienen aan diensten zoals video en reclame. Chinese merken als Xiaomi, Oppo en Huawei veroverden zo eerst met scherpe prijzen een groot marktaandeel, en schoven daarna op naar duurdere toestellen. Ook in Nederland zie je dat: Oppo verkoopt hier inmiddels middenklasse- en topmodellen, en de innovaties van zustermerk OnePlus vinden hun weg naar die toestellen.

Toch is er een belangrijk verschil. Een smartphone verkoop je één keer, en daarna kost hij de fabrikant weinig meer. Een AI-dienst kost bij elke vraag opnieuw rekenkracht en stroom. Lage prijzen betekenen bij AI dus doorlopend verlies per gebruiker, zolang de kosten per vraag niet dalen. Daarom zetten Chinese bedrijven in op zuinigere modellen en op omzet uit andere diensten. Amerikaanse bedrijven sturen juist bij met limieten en duurdere abonnementen. Welke aanpak het langst vol te houden is, hangt vooral af van hoe snel AI goedkoper wordt om te draaien.
Waar je rekening mee moet houden: gebruik je een betaald AI-abonnement, dan kunnen de limieten veranderen zonder dat de prijs verandert. Kijk na een wijziging dus in de instellingen hoeveel je echt nog kunt gebruiken. Chinese AI-diensten zijn vaak goedkoper, maar verwerken je gegevens meestal in China. Voor bedrijven die onder de AVG vallen, is dat een belangrijk punt. Wil je een Chinees model gebruiken zonder je gegevens weg te geven, dan kan dat bij open modellen door ze op je eigen computer of bij een Europese aanbieder te draaien.
Bij SaaS diensten ontstaan ook grotere risico’s
Als hoofdredacteur ben ik ook eigenaar van een AI-native zakelijk telefoniebedrijf en een marketingbedrijf dat websites ontwikkeld. Wat ik in de markt om me heen zie gebeuren, is dat de ene na de andere dienst wordt nagebouwd met AI. En veelal kiezen ontwikkelaars die ik spreek ervoor om de logica achter diensten volledig weg te leggen in een LLM. In een AI dus. Ze kopen tokens op een X bedrag in en dat moet terugkomen uit een abonnement van een klant. Los van de privacyproblematiek die er vaak is door gebruik van Amerikaanse AI’s, doorzien veel ondernemers niet dat ze een inkoopmodel op los zand hebben gebouwd. Veelal wordt er geen rekening mee gehouden dat inkoopprijzen over nacht ineens x3, x5 of misschien zelfs x10 kunnen gaan. Zou Amerika dus de broekriem ineens keihard aantrekken, komen bedrijfsmodellen onderwater te staan, of schakelt een potentieel groot deel van het internet mogelijk over op Chinese AI’s, waar we doorgaans toch minder van weten.


