Aandelen van grote techbedrijven liggen deze week flink onder vuur op de Amerikaanse beurs. Alphabet, het moederbedrijf van Google, verloor donderdag meer dan 12% na tegenvallende kwartaalcijfers. Volgens Yahoo Finance was dat de slechtste beursdag voor het aandeel in ruim twintig jaar. Vrijdag volgden Amazon en Intel. Voor de opening van de beurs stond Amazon zo’n 7% lager, Intel zelfs ruim 25%. Beleggers maken zich vooral zorgen over de enorme bedragen die techbedrijven in AI steken, en de vraag wanneer dat geld terugkomt.
Bij Amazon is dat duidelijk te zien. Het bedrijf gaf in het derde kwartaal zo’n $77 miljard uit aan onder meer datacenters, meer dan twee keer zoveel als een jaar eerder. Over de afgelopen twaalf maanden ging er daardoor ruim $42 miljard meer geld uit dan er binnenkwam. Volgend jaar wil Amazon nog meer uitgeven. Bij Alphabet viel vooral de groei van de advertentie-inkomsten uit zoekopdrachten tegen, terwijl het bedrijf ook meer gaat investeren. Ook Meta gaf het afgelopen kwartaal meer uit dan het binnenkreeg. Microsoft deed het juist beter dan verwacht.
Intel om een andere reden
Bij Intel ligt het iets anders. Volgens Kitco waarschuwde de chipmaker dat het dit jaar meer geld uitgeeft dan het verdient. Dat komt door een zwakke pc-markt, problemen in de productie en hoge investeringen in nieuwe fabrieken. De verwachting voor het vierde kwartaal viel tegen. Volgens de topman van Intel verkopen pc’s slechter doordat ze duurder worden door het tekort aan geheugenchips.
De techbeurs Nasdaq stond vrijdag voor de opening zo’n 2,5% lager, de bredere S&P 500 ongeveer 1%. Amazon en Intel samen zouden volgens Kitco zo’n $300 miljard aan beurswaarde verliezen. Of het om een echte correctie gaat, is nog niet te zeggen. Daarvan spreken beleggers pas bij een daling van 10% vanaf de top.
Waar je rekening mee moet houden: dit artikel is geen beleggingsadvies. Beurskoersen kunnen snel veranderen, en de cijfers hierboven zijn van vóór de opening van de Amerikaanse beurs op vrijdag.


