Anker kondigt onder zijn makersmerk eufyMake een textielprinter aan die twee druktechnieken in één apparaat combineert. In de DTG-stand drukt de machine rechtstreeks op kleding, met volgens Anker Pantone-gecertificeerde kleurweergave en prints die de stof tot 90% van haar oorspronkelijke ademend vermogen laten behouden. In de DTF-stand werkt hij op onder meer katoen en polyester en zijn er meer dan tien speciale effecten, van glitter tot driedimensionale puff-prints. Er zit een hittepers van 160 graden ingebouwd, zodat een losse pers niet nodig is, plus een zelfreinigend systeem dat het apparaat gebruiksklaar houdt. Het inktsysteem is CMYK met twee witte kanalen en grote reservoirs; Anker komt daarmee op ongeveer €0,30 aan inkt per afdruk. Er zijn verschillende ventilatieopties en software-updates kunnen later functies toevoegen. De printer staat gepland voor het eerste kwartaal van 2027; een prijs is er nog niet.
Dertig cent per afdruk, maar per wat?
Dat bedrag is het getal waar deze aankondiging op leunt, en er ontbreekt een cruciaal gegeven. Er staat niet bij hoe groot die afdruk is.
Inktverbruik schaalt vrijwel recht evenredig met bedrukt oppervlak. Een logo van tien bij tien centimeter op een borstzakje en een print die de hele voorkant van een shirt vult, schelen al snel een factor acht tot twaalf. Zonder die maat zegt dertig cent dus niets. Daar komt bij dat inkt niet de hele kostprijs is: bij DTF betaal je ook de folie en het lijmpoeder, bij beide technieken het kledingstuk zelf, en bij de nabehandeling stroom. Vraag dus naar de afdrukmaat achter dat bedrag voordat je er een businessplan op bouwt.
Wat die twee technieken werkelijk zijn
De afkortingen DTG en DTF worden vaak door elkaar gebruikt en het zijn wezenlijk verschillende processen. Bij DTG spuit de printer de inkt rechtstreeks in de vezels van het kledingstuk, zoals een inkjetprinter op papier.
Het resultaat voelt zacht aan en ademt mee met de stof, maar de techniek werkt het best op katoen en vraagt op donkere kleding een voorbehandeling met een vloeistof die de inkt laat hechten. Bij DTF drukt de machine het ontwerp gespiegeld op een folie. Daar gaat lijmpoeder overheen, dat wordt uitgehard, en daarna pers je het geheel op het kledingstuk. Dat werkt ook op polyester, mengweefsels en donkere stof zonder voorbehandeling, maar de print ligt als een laagje op de stof. Twee technieken voor twee soorten klussen, en dat is precies waarom het nuttig is ze in één apparaat te hebben.
Er zit een stap tussen die niet wordt genoemd
Hier valt in de aankondiging iets op zodra je het DTF-proces kent. Tussen het bedrukken van de folie en het persen zitten twee handelingen: lijmpoeder aanbrengen op de nog natte inkt, en dat poeder uitharden.
Dat uitharden gebeurt doorgaans rond de 160 graden en duurt enkele minuten, en het vraagt normaal gesproken een aparte poederschudder en een droogoven. Anker noemt wel de ingebouwde pers voor de laatste stap, maar zegt niets over poeder en uitharden. Juist dat is het rommeligste deel van DTF: los poeder dat je niet in je woonkamer wilt hebben. Of dit apparaat die stap ook integreert, is de belangrijkste openstaande vraag, want daar zit het verschil tussen een machine en een werkplaats.
Geen losse pers is wel echte tijdwinst
Wat Anker wél oplost, is de laatste stap, en dat scheelt meer dan het klinkt. Een hittepers is een apart apparaat van een paar honderd euro dat permanent werkbladruimte inneemt.
Wie thuis of in een kleine studio werkt, heeft daarmee twee machines nodig die allebei ruimte en stroom vragen. Een pers van 160 graden in de printer zelf haalt dat weg en neemt ook de foutenbron weg van verkeerd ingestelde temperatuur, tijd of druk. Dat is bij textieldruk een reële oorzaak van mislukte prints. Voor de doelgroep die Anker hier zoekt, mensen die een handvol stuks per week maken in plaats van honderden, is dat waarschijnlijk het sterkste argument in het hele persbericht.
Twee witte kanalen verklappen waar het knelpunt zit
Het inktsysteem heeft vier kleuren en twee keer wit, en die verhouding is geen toeval. Wit is bij textieldruk de flessenhals.
Op een donker shirt leg je namelijk eerst een witte onderlaag en pas daarna de kleur, want gewone inkt is doorschijnend. Die witte laag kost de meeste inkt en de meeste tijd. Witte inkt is bovendien dik, bevat vaste deeltjes die bezinken en is de voornaamste reden dat dit soort printers verstopt raken als ze een week stilstaan. Twee witte kanalen verdubbelen de doorvoer, en het zelfreinigende systeem is een antwoord op precies het defect dat deze machines doorgaans om zeep helpt. Dat Anker daar zo veel woorden aan besteedt, is dus terecht.
Dat ademend vermogen is het echte verschil met DTF
De claim dat de stof tot 90% van haar ademend vermogen behoudt, is zonder testmethode een marketinggetal. De richting klopt wel en is het uitleggen waard.
Omdat DTG-inkt in de vezel zakt in plaats van erop te liggen, blijft de stof grotendeels open en voelt de print niet als plastic. Een DTF-print is per definitie een gesloten laagje bovenop het weefsel: op die plek ademt het shirt niet. Dat merk je bij een groot vlak op de rug van een sportshirt en niet bij een klein logo. Het is meteen de reden om per klus te kiezen: DTG voor grote vlakken op katoen die comfortabel moeten dragen, DTF voor polyester, voor donkere stof en voor effecten die je met inkt alleen niet haalt.
Die ventilatieopties zijn geen detail
Anker noemt terloops dat er verschillende ventilatiemogelijkheden zijn zodat het apparaat in studio’s, werkplaatsen en kantoren kan staan. Daar zit een gezondheidspunt onder.
Bij het uitharden van lijmpoeder en bij het drogen van inkt komen dampen vrij, en bij DTF is dat de stap waar het meeste vrijkomt. Dat een fabrikant ventilatie als inrichtingsoptie aanbiedt, zegt dat dit geen apparaat is voor de hoek van de woonkamer. Reken op een plek waar je een raam open kunt zetten of een afvoer kunt aansluiten, en denk daar bij de aanschaf over na in plaats van erna.
Anker heeft hier een kort maar opvallend trackrecord
Dit is niet het eerste printapparaat van dit submerk, en de voorgeschiedenis verklaart het zelfvertrouwen. De eufyMake UV-printer E1 werd in 2025 het best gefinancierde Kickstarter-project ooit, met ruim 46 miljoen dollar.
Dat bewijst dat er een markt is voor printapparatuur op consumentenniveau, en dat Anker die markt kan bereiken. Wat het niet bewijst, is een lange staat van dienst in onderhoud en onderdelen. Bij een machine met inktkanalen die verstoppen, telt de beschikbaarheid van printkoppen, inkt en service over vijf jaar zwaarder dan welke specificatie ook. Bij een fabrikant die pas sinds kort in deze categorie zit, is dat een open vraag. Anker bouwde onder Eufy eerder een 3D printer niet opvallend snel het strijdtoneel verliet en onze meerdere testaanvragen voor de printer zijn ook nog niet beantwoord.
Waar je op let als hij er is
Er is nog geen prijs, geen Europese datum en geen verkooppunt, dus er valt nu niets te beslissen. Wel is dit de lijst om straks langs te lopen.
Vraag naar de afdrukmaat achter die dertig cent, en naar de prijs van een complete set inkt plus de houdbaarheid ervan, want witte inkt heeft een beperkte levensduur. Vraag of poederen en uitharden in het apparaat zitten of dat je daar apparatuur bij nodig hebt. En houd rekening met de juridische kant: een shirt bedrukken met andermans logo, clublogo of striptekening en dat vervolgens verkopen is een inbreuk op merk- of auteursrecht, ook al staat er geen slot op je printer. Voor eigen gebruik ligt dat anders, maar zodra er geld voor wordt gevraagd is het dat niet meer.


