Het was geen grap. Op 1 april startte Steve Jobs en The Woz het bedrijf Apple Computer. In de garage van zijn vader. Met $700 budget uit de verkoop van de VW bus van Steve en $500 uit de verkoop van een rekenmachine van Woz. Dat was het budget waarmee de twee hun eerste, Apple 1 gingen bouwen. Daar waren er 50 van besteld, dus de machines mochten niet meer dan $24 per stuk kosten in de productie. Voor die tijd al best wel een bedrag, al laten advertenties in het Apple museum zien dat de Apple II generatie er al met gemak voor $10.000 per machine uit ging.

Met andere woorden, de marges waren voor het bedrijf in die tijd al ski-high. Maar Apple begon als een veel meer open hardware organisatie. Apple zelf en andere fabrikanten konden vrij uitbereidingskaarten maken en daarmee de mogelijkheden van machines als de Apple II en de Lisa vergroten. Dat is een beetje te vergelijken met USB nu, al kon je toen ook extra geheugen en opslag plaatsen. Apple heeft dat al heel lang geleden naar zich toe getrokken om te voorkomen dat klanten de goedkoopste uitvoeringen van hardware gingen kopen om zelf te upgraden.

Net als Philips in Nederland, dacht ook Apple al ver vooruit. Zoals bij de Apple Knowledge Navigator die je hierboven ziet. Die werd ontworpen in 1987 als een soort alleskunner. Het apparaat zou zelfs in staat zijn om met spraak aangestuurd te worden. Eigenlijk de iPad van toen, al kwam deze nooit echt van de grond.
Benieuwd naar de geschiedenis van Apple? Lees dan ons verslag over ons bezoek aan het Apple Museum in Utrecht.