AdvertentieAdvertentie

Achtergrond: HD Voice is er al jaren, toch klinkt bellen vaak nog slecht

oplus 3145728

Een smartphone heeft meerdere microfoons, filtert ruis weg, haalt via 5G honderden megabits per seconde en stuurt muziek in bijna studiokwaliteit naar je oordoppen. Toch kan een gewoon telefoongesprek nog verrassend slecht klinken. Dat ligt lang niet altijd aan je telefoon, en ook niet per se aan je bereik.

Deze week werd dat nog eens duidelijk. Odido liet weten dat hd-voice nog niet werkt op alle verbindingen tussen het eigen netwerk en dat van andere Nederlandse providers. Gesprekken tussen twee Odido-klanten kunnen dus prima klinken, terwijl een gesprek met iemand bij een andere provider terugvalt in kwaliteit. Odido wil die verbindingen voor het einde van 2026 vernieuwen.

Dat roept een vraag op: waarom klinkt een gesprek via WhatsApp, Teams of zakelijke VoIP soms veel beter dan gewoon bellen? Het antwoord zit voor een groot deel in codecs.

Telefoneren is audio weggooien

De klassieke telefoonverbinding is nooit bedoeld om geluid mooi over te brengen. Het doel was dat twee mensen elkaar konden verstaan, met zo weinig mogelijk capaciteit. Traditionele digitale telefonie geeft daarom alleen de klanken tussen ongeveer 300 en 3.400 Hz door. De ITU hanteert die band nog steeds voor systemen met de codec G.711.

Een menselijke stem bevat ook informatie buiten die band. Vooral de hogere tonen helpen om medeklinkers als de s en de f uit elkaar te houden, en ze laten een stem natuurlijk klinken. Snijd je die weg, dan hoor je het geluid dat we allemaal als telefoongeluid herkennen. Technisch is dat al heel lang niet meer nodig.

Hd-voice is ook al oud

Een codec zet geluid om in digitale gegevens die over een netwerk kunnen, en aan de andere kant weer terug in geluid. Een bekende codec voor beter klinkende VoIP-gesprekken is G.722. Die geeft volgens de ITU geluid tot 7 kHz door, ruim twee keer zoveel als klassieke telefonie. De eerste versie van die standaard verscheen al in 1988. We hebben dus al bijna veertig jaar techniek waarmee telefoongesprekken merkbaar beter kunnen klinken. Bij zakelijke VoIP kom je G.722 regelmatig tegen, op bureautoestellen, DECT-telefoons en andere apparatuur.

Maar een telefoon die G.722 ondersteunt, garandeert nog geen gesprek in hd.

De hele verbinding moet meewerken

Een gesprek loopt zelden rechtstreeks van de ene telefoon naar de andere. Van een bureautoestel gaat het bijvoorbeeld via de telefooncentrale naar een VoIP-provider, dan via een telecomnetwerk naar een mobiele provider en pas dan naar de smartphone aan de andere kant. Elk onderdeel moet het gekozen geluidsformaat kunnen doorgeven.

Ondersteunen je bureautoestel en telefooncentrale G.722, maar accepteert een schakel verderop alleen G.711? Dan wordt het gesprek onderweg omgezet. Dat heet transcoding. Je hd-geluid valt daarmee alsnog terug naar gewone telefoonkwaliteit. En tonen die bij zo’n stap zijn weggegooid, komen aan de andere kant niet terug.

Daarom klinkt een interne oproep binnen een bedrijf soms veel beter dan een gesprek vanaf precies hetzelfde toestel naar een extern nummer.

Opus gaat nog veel verder

Bij internetcommunicatie kom je vaak de codec Opus tegen. Die is erg flexibel. Volgens de officiële specificatie werkt Opus van smalle spraak tot volledige audio met tonen tot 20 kHz. Dat betekent niet dat elk Opus-gesprek zoveel doorgeeft. De codec past zich aan de beschikbare bandbreedte, de toepassing en de netwerkomstandigheden aan. Maar hij kan technisch veel meer dan klassieke telefonie.

Dat maakt Opus interessant voor bellen vanuit de browser. WebRTC is de techniek waarmee browsers realtime geluid en beeld verwerken. Elk WebRTC-programma moet zowel Opus als de klassieke G.711-codecs ondersteunen. Kan het geluid boven de 8 kHz verwerken, dan raadt de standaard aan om Opus als eerste aan te bieden.

Dat levert een vreemde situatie op: een gesprek in de browser kan technisch veel meer van je stem doorgeven dan een gesprek via het mobiele netwerk. Nexttel legt in zijn kennisbank uit hoe bellen vanuit je browser in de praktijk werkt. Je internetverbinding hoeft daarvoor overigens niet snel te zijn. Goed spraakgeluid kost maar een fractie van de capaciteit van een videostream.

Ook mobiel bellen kan goed klinken

Het is te makkelijk om te zeggen dat VoIP goed klinkt en mobiel bellen slecht. Mobiele netwerken hebben juist geavanceerde spraakcodecs. Een bekende codec voor mobiele hd-voice is AMR-WB. Die geeft volgens de ITU spraak tot ongeveer 7 kHz door.

Nog verder gaat EVS, wat staat voor Enhanced Voice Services. Die codec werd binnen de standaardenorganisatie 3GPP ontwikkeld voor moderne mobiele netwerken. EVS ondersteunt naast smalle en brede spraak ook super-wideband en fullband audio. De GSMA, de belangenorganisatie van mobiele operators, noemt dat hd-voice+. Volgens de GSMA geeft hd-voice+ ongeveer twee keer zoveel tonen door als gewone hd-voice. Een mobiel gesprek dat van begin tot eind EVS gebruikt, kan daardoor uitstekend klinken. Van begin tot eind, daar gaat het om.

Van 5G naar 1990 in één overstap

Stel dat twee smartphones allebei EVS ondersteunen. De ene zit op netwerk A, de andere op netwerk B. Binnen beide netwerken kan het gesprek in hd, maar de providers moeten het gesprek ook aan elkaar doorgeven. Ondersteunt die koppeling niet dezelfde geluidskwaliteit, dan valt het gesprek terug. Dat is precies wat er nu bij Odido speelt.

De telefoon kan modern zijn, het netwerk ook, en aan de andere kant kan weer een moderne telefoon staan. Toch kan één beperking in de route tussen de netwerken ervoor zorgen dat het gesprek klinkt als ouderwetse telefonie. De geluidskwaliteit hangt af van de zwakste schakel.

Waarom Teams en WhatsApp soms beter klinken

Diensten als Teams en WhatsApp hebben een voordeel: ze hoeven een gesprek niet via het traditionele telefoonnetwerk te sturen. Beide toestellen maken verbinding met dezelfde internetdienst. De aanbieder heeft daardoor veel meer controle over de hele route en de gebruikte codecs.

Bel je vanuit zo’n app een gewoon telefoonnummer, dan verandert dat. Ergens moet de internetdienst dan worden gekoppeld aan het openbare telefoonnetwerk, en daar kan de geluidskwaliteit weer omlaag gaan. Bij zakelijke VoIP werkt het net zo. Twee gebruikers binnen hetzelfde platform kunnen rechtstreeks G.722 of Opus gebruiken. Belt een van hen een extern nummer, dan bepalen ook de verbinding naar buiten, de ontvangende provider en eventuele netwerken daartussen welke codec overblijft.

Een hd-telefoon betekent niet dat je in hd belt

Staat er op de doos van een bureautelefoon, DECT-handset of smartphone hd-voice, dan betekent dat vooral dat het apparaat hd-geluid kan verwerken. Het zegt niet dat elk gesprek in hd verloopt. Daarvoor moeten beide toestellen, de telefooncentrale, de providers en de koppelingen tussen de netwerken dezelfde codec ondersteunen. En onderweg mag het gesprek niet onnodig worden omgezet.

Bij zakelijke VoIP speelt de instelling van de telefooncentrale daarom een grotere rol dan veel gebruikers denken. In de kennisbank van Nexttel staat uitleg over dit soort instellingen, over vaste toestellen, softphones en webbellen.

Kun je het verschil zelf horen?

Ja, en waarschijnlijk makkelijker dan je denkt. Een goede test is om dezelfde stem via verschillende verbindingen op te nemen: klassieke VoIP met G.711, G.722, Opus, een mobiel hd-voice-gesprek en een mobiel gesprek waarbij hd-voice onderweg verloren gaat.

Die verschillen kun je niet alleen horen, maar ook zien. Een spectrogram laat zien welke tonen er tijdens een gesprek overblijven. Bij klassieke telefonie staat boven de telefoonband vrijwel een muur. Codecs voor brede spraak laten veel meer van het spectrum over, en bij Opus kan dat nog veel verder gaan.

Op GadgetGear gaan we daar nog apart mee experimenteren. We gebruiken dan steeds hetzelfde bronbestand en nemen het ontvangen geluid aan dezelfde kant van de verbinding op. Zo meten we het verschil tussen de verbindingen, en niet het verschil tussen microfoons.

Meer tonen is niet automatisch een beter gesprek

De codec en het frequentiebereik zijn niet alles. Pakketverlies, vertraging, schommelingen in de verbinding, echo- en ruisonderdrukking, microfoons, speakers en zelfs de akoestiek van de kamer bepalen allemaal mee hoe een gesprek klinkt. Een instabiele internetverbinding met Opus kan dus slechter klinken dan een stabiel gesprek met G.722. Nexttel heeft een apart deel van de kennisbank over waarom wifi, 5G en bekabeling meer invloed hebben op bellen dan op bijvoorbeeld e-mail.

En een headset van vijf euro levert geen studiokwaliteit, ook al staat er ergens hd op de verpakking. Wel zorgt een moderne codec ervoor dat er veel meer van de oorspronkelijke stem overblijft.

Wat dit betekent voor zakelijke telefonie

Voor bedrijven is interessant dat je bij VoIP een groter deel van de keten zelf in de hand hebt. Binnen dezelfde telefooncentrale kun je bewust kiezen voor brede spraak. Bellen via een browser of softphone maakt daarnaast moderne codecs als Opus mogelijk. Pas als het gesprek het openbare telefoonnetwerk ingaat, ben je weer afhankelijk van andere netwerken en hun koppelingen.

Waar je rekening mee moet houden: vraag een leverancier niet alleen of hij hd-voice ondersteunt. Vraag waar hij het ondersteunt en wat er gebeurt zodra een gesprek het eigen platform verlaat. Hoe zo’n beheerde omgeving eruitziet, met webbellen, telefooncentrale en gespreksfuncties, lees je bij zakelijke telefonie van Nexttel.

We kunnen veel beter bellen dan we doen

Slecht telefoongeluid is technisch al lang niet meer nodig. G.722 bood eind jaren tachtig al brede spraak. Mobiele netwerken hebben AMR-WB en EVS. Internetdiensten kunnen met Opus zelfs volledige audio verwerken. Het probleem zit steeds minder in wat één apparaat kan, en steeds meer in wat de hele verbinding samen kan afspreken.

Daarom kan een videogesprek in de browser kraakhelder klinken, terwijl je vijf minuten later met dezelfde laptop, dezelfde internetverbinding en dezelfde headset via een gewoon telefoonnummer klinkt alsof je vanuit een telefooncel belt. De techniek om elkaar goed te verstaan is er. Nu moet de hele keten nog meewerken.

Transparantie: Nexttel hoort als bedrijf bij GadgetGear.nl. Dankzij Nexttel kunnen we GadgetGear.nl maken zonder bezoekers met cookies te bestoken. Auteur Arjan Olsder is ook bij Nexttel betrokken. De technische standaarden en actuele feiten in dit artikel zijn daarom waar mogelijk gekoppeld aan primaire bronnen, zoals de ITU, de IETF, 3GPP en de GSMA.

WhatsAppXLinkedInInstapaperE-mail
AdvertentieAdvertentie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

AdvertentieAdvertentie
Volg GadgetGear

Nieuwe artikelen automatisch in je browser of feedlezer:

  • Mastodon / Fediverse: zoek @gadgetgear.nl@gadgetgear.nl in je app en volg — elk artikel verschijnt in je tijdlijn.
  • Opera: zijbalk → Persoonlijk nieuws → Mijn bronnen → Voeg bronnen toe → plak de link.
  • Vivaldi: Instellingen → Feeds → feed toevoegen → plak de link.
  • Direct volgen in Feedly of Inoreader, of gebruik de link in elke andere feedlezer.

Het laatste nieuws